BWBR0016853
Geldig vanaf 2004-06-16
Artikel 9
Regeling innovatie groen onderwijs
1. De minister hanteert bij de beoordeling van de aanvragen tot subsidieverlening, voor een project als bedoeld in artikel 2, in ieder geval de volgende criteria:
a. de mate waarin de doelstellingen van het project passen binnen één van de categorieën genoemd in het openstellingsbesluit;
b. de mate waarin het project bijdraagt aan de thema’s genoemd in het openstellingsbesluit;
c. de spreiding van de projecten naar instellingen, opleidingsniveau en thema’s;
d. de meerwaarde van het project, gemeten naar de toegevoegde waarde van het project ten opzichte van eerdere projecten, de mate van samenwerking met andere instellingen en de bijdrage aan ontwikkeling en gebruik van de landelijke infrastructuur;
e. de uitvoerbaarheid van het project, en
f. de kwaliteit van het projectplan.
2. Voor zover een aanvraag tot subsidieverlening onderdelen bevat die zijn beoordeeld op grond van artikel 7a, vindt geen afwijkende beoordeling op grond van dit artikel plaats.
3. De minister kan nadere beoordelingscriteria vaststellen in het openstellingsbesluit.
a. de mate waarin de doelstellingen van het project passen binnen één van de categorieën genoemd in het openstellingsbesluit;
b. de mate waarin het project bijdraagt aan de thema’s genoemd in het openstellingsbesluit;
c. de spreiding van de projecten naar instellingen, opleidingsniveau en thema’s;
d. de meerwaarde van het project, gemeten naar de toegevoegde waarde van het project ten opzichte van eerdere projecten, de mate van samenwerking met andere instellingen en de bijdrage aan ontwikkeling en gebruik van de landelijke infrastructuur;
e. de uitvoerbaarheid van het project, en
f. de kwaliteit van het projectplan.
2. Voor zover een aanvraag tot subsidieverlening onderdelen bevat die zijn beoordeeld op grond van artikel 7a, vindt geen afwijkende beoordeling op grond van dit artikel plaats.
3. De minister kan nadere beoordelingscriteria vaststellen in het openstellingsbesluit.