BWBR0016853
Geldig vanaf 2004-06-16
Artikel 5
Regeling innovatie groen onderwijs
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de loonkosten van het in te zetten personeel van onderwijsinstellingen plus een opslag van 40% voor de algemene kosten. De minister stelt in het openstellingsbesluit het maximum uurtarief vast voor het in te zetten personeel van onderwijsinstellingen;
b. de kosten van het inhuren van ondersteuningsinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstellingen vanwege hun expertise of specifieke voorzieningen die een aantoonbare relatie hebben tot het project;
c. de kosten van de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 16, voor zover deze niet meer bedragen dan € 2.500, en
d. materiële kosten die aantoonbaar noodzakelijk zijn en daadwerkelijk worden gemaakt voor de uitvoering van het project door studenten tot een maximum van 5% van de projectkosten.
a. de loonkosten van het in te zetten personeel van onderwijsinstellingen plus een opslag van 40% voor de algemene kosten. De minister stelt in het openstellingsbesluit het maximum uurtarief vast voor het in te zetten personeel van onderwijsinstellingen;
b. de kosten van het inhuren van ondersteuningsinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstellingen vanwege hun expertise of specifieke voorzieningen die een aantoonbare relatie hebben tot het project;
c. de kosten van de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 16, voor zover deze niet meer bedragen dan € 2.500, en
d. materiële kosten die aantoonbaar noodzakelijk zijn en daadwerkelijk worden gemaakt voor de uitvoering van het project door studenten tot een maximum van 5% van de projectkosten.