BWBR0016800
Geldig vanaf 2004-07-03
Artikel 34
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2004
1. De afdoening van alle stukken waarvan de inspecteur-generaal aangeeft dat hij deze zelf wenst af te doen, geschiedt door de inspecteur-generaal.
2. Rapporten die worden toegezonden aan de minister, worden vastgesteld door de inspecteur-generaal.
3. Brieven, gericht aan een bewindspersoon, worden vastgesteld en ondertekend door de inspecteur-generaal.
4. De vertegenwoordigingsbevoegde is gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van mandaat, volmacht of machtiging worden ondertekend, zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de volgende formule:
De inspecteur-generaal van de Inspectie Werk en Inkomen,
namens deze:
functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde.
2. Rapporten die worden toegezonden aan de minister, worden vastgesteld door de inspecteur-generaal.
3. Brieven, gericht aan een bewindspersoon, worden vastgesteld en ondertekend door de inspecteur-generaal.
4. De vertegenwoordigingsbevoegde is gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van mandaat, volmacht of machtiging worden ondertekend, zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de volgende formule:
De inspecteur-generaal van de Inspectie Werk en Inkomen,
namens deze:
functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde.