BWBR0016800
Geldig vanaf 2004-07-03
Artikel 21
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2004
1. De afdelingen Noord en Zuid zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor:
a. het rapporteren over een landelijk beeld van de rechtmatigheid van het werkdeel en het inkomensdeel WWB, en per gemeente, dan wel een samenwerkingsverband van gemeenten, over de rechtmatigheid van het werkdeel WWB;
b. het rapporteren in gevallen van ernstige tekortkomingen als bedoeld in artikel 76, derde lid, van de WWB;
c. het rapporteren in gevallen dat een gemeente op grond van artikel 74, eerste lid, van de WWB een aanvullende uitkering heeft aangevraagd;
d. het rapporteren per gemeente, dan wel samenwerkingsverband van gemeenten, over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering door gemeenten van overige wet- en regelgeving, bedoeld in artikel 3.4.1, onderdeel b;
e. het ontwikkelen en feitelijk uitvoeren van aanvullende aspectonderzoeken als bedoeld in artikel 3.4.2, onderdeel c, en het rapporteren daarover;
f. het bijdragen aan rapportages over de uitvoering op het beleidsterrein werk en inkomen;
g. het inbrengen van kennis van de uitvoeringspraktijk in de beleidsvorming van het ministerie.
2. De afdelingen Noord en Zuid richten hun werkzaamheden in beginsel op hun werkgebied en verlenen elkaar, indien nodig, onderlinge bijstand.
a. het rapporteren over een landelijk beeld van de rechtmatigheid van het werkdeel en het inkomensdeel WWB, en per gemeente, dan wel een samenwerkingsverband van gemeenten, over de rechtmatigheid van het werkdeel WWB;
b. het rapporteren in gevallen van ernstige tekortkomingen als bedoeld in artikel 76, derde lid, van de WWB;
c. het rapporteren in gevallen dat een gemeente op grond van artikel 74, eerste lid, van de WWB een aanvullende uitkering heeft aangevraagd;
d. het rapporteren per gemeente, dan wel samenwerkingsverband van gemeenten, over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering door gemeenten van overige wet- en regelgeving, bedoeld in artikel 3.4.1, onderdeel b;
e. het ontwikkelen en feitelijk uitvoeren van aanvullende aspectonderzoeken als bedoeld in artikel 3.4.2, onderdeel c, en het rapporteren daarover;
f. het bijdragen aan rapportages over de uitvoering op het beleidsterrein werk en inkomen;
g. het inbrengen van kennis van de uitvoeringspraktijk in de beleidsvorming van het ministerie.
2. De afdelingen Noord en Zuid richten hun werkzaamheden in beginsel op hun werkgebied en verlenen elkaar, indien nodig, onderlinge bijstand.