BWBR0016636
Geldig vanaf 2004-05-28
Artikel VII
Wijzigingswet Landinrichtingswet, enz. (positie van de Centrale Landinrichtingscommissie)
1. Een belanghebbende kan uiterlijk tot de laatste dag van de vierde maand, volgend op de maand waarin de in artikel X, eerste lid, bedoelde dag valt, de landinrichtingscommissie verzoeken een register van schattingsuitkomsten als bedoeld in artikel 167 van de Landinrichtingswette herzien, indien hij ten overstaan van de landinrichtingscommissie aannemelijk kan maken dat hij onevenredig nadeel heeft ondervonden van de omstandigheid dat het stelsel van classificatie dat aan bedoeld register ten grondslag heeft gelegen in de periode gelegen na 28 juni 1996 in mandaat door de secretaris van de centrale landinrichtingscommissie is vastgesteld.
2. Indien de landinrichtingscommissie die het register van schattingsuitkomsten in eerste aanleg heeft vastgesteld op het tijdstip van het indienen van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, op de voet van artikel 232 van de Landinrichtingswetis ontbonden, wordt het verzoek gericht aan gedeputeerde staten. In dat geval stellen gedeputeerde staten overeenkomstig de artikelen 27en 28 van de Landinrichtingswetopnieuw een landinrichtingscommissie in, waarbij zij zoveel mogelijk de samenstelling van de commissie laten aansluiten op de samenstelling van de eerder ontbonden landinrichtingscommissie. Voor de toepassing van het derde tot en met het vijfde lid wordt onder «landinrichtingscommissie» mede begrepen de op de voet van de eerste volzin opnieuw ingestelde landinrichtingscommissie.
3. Tegen de afwijzing van een verzoek tot herziening van het register van schattingsuitkomsten staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4. Op de herziening van het register van schattingsuitkomsten zijn de artikelen 161 tot en met 188 van de Landinrichtingswetvan overeenkomstige toepassing. Voorzover in de procedure, ten aanzien waarvan de herziening van het register van schattingsuitkomsten wordt gevraagd, de lijst der rechthebbenden onherroepelijk is komen vast te staan, vormt deze het uitgangspunt voor de lijst der rechthebbenden, bedoeld in artikel 161 van de Landinrichtingswet.
5. De behandeling van bezwaren door de landinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 172 van de Landinrichtingswet, onderscheidenlijk door de rechter-commissaris, bedoeld in artikel 176 van de Landinrichtingswet, onderscheidenlijk door de rechtbank, bedoeld in artikel 180 van de Landinrichtingswet, wordt opgeschort indien de landinrichtingscommissie op een verzoek, bedoeld in het eerste lid, besluit tot herziening van het register van schattingsuitkomsten waarop deze bezwaren betrekking hebben. Afschrift van zodanig besluit wordt daartoe gezonden aan de rechter-commissaris, onderscheidenlijk de rechtbank.
2. Indien de landinrichtingscommissie die het register van schattingsuitkomsten in eerste aanleg heeft vastgesteld op het tijdstip van het indienen van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, op de voet van artikel 232 van de Landinrichtingswetis ontbonden, wordt het verzoek gericht aan gedeputeerde staten. In dat geval stellen gedeputeerde staten overeenkomstig de artikelen 27en 28 van de Landinrichtingswetopnieuw een landinrichtingscommissie in, waarbij zij zoveel mogelijk de samenstelling van de commissie laten aansluiten op de samenstelling van de eerder ontbonden landinrichtingscommissie. Voor de toepassing van het derde tot en met het vijfde lid wordt onder «landinrichtingscommissie» mede begrepen de op de voet van de eerste volzin opnieuw ingestelde landinrichtingscommissie.
3. Tegen de afwijzing van een verzoek tot herziening van het register van schattingsuitkomsten staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4. Op de herziening van het register van schattingsuitkomsten zijn de artikelen 161 tot en met 188 van de Landinrichtingswetvan overeenkomstige toepassing. Voorzover in de procedure, ten aanzien waarvan de herziening van het register van schattingsuitkomsten wordt gevraagd, de lijst der rechthebbenden onherroepelijk is komen vast te staan, vormt deze het uitgangspunt voor de lijst der rechthebbenden, bedoeld in artikel 161 van de Landinrichtingswet.
5. De behandeling van bezwaren door de landinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 172 van de Landinrichtingswet, onderscheidenlijk door de rechter-commissaris, bedoeld in artikel 176 van de Landinrichtingswet, onderscheidenlijk door de rechtbank, bedoeld in artikel 180 van de Landinrichtingswet, wordt opgeschort indien de landinrichtingscommissie op een verzoek, bedoeld in het eerste lid, besluit tot herziening van het register van schattingsuitkomsten waarop deze bezwaren betrekking hebben. Afschrift van zodanig besluit wordt daartoe gezonden aan de rechter-commissaris, onderscheidenlijk de rechtbank.