BWBR0016435
Geldig vanaf 2004-03-01
Artikel 10
Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – bijzondere informatie
1. Bij overbrenging van bijzondere informatie naar een archiefbewaarplaats als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0007376" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Archiefwet 1995</a>vervallen de daarop aangebrachte rubriceringen.
2. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt door het overbrengende ministerie de rubricering opnieuw vastgesteld nadat advies is ingewonnen van de beheerder van de archiefbewaarplaats. Hierbij wordt op de informatie aangegeven:
‘Deze rubricering is aangebracht bij de overbrenging naar een archiefbewaarplaats’.
Het bepalen van nieuwe rubriceringen vindt mede plaats aan de hand van inventarislijsten, die ingevolge <a href="/wet/BWBR0007748/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, derde lid, van het Archiefbesluit 1995</a>worden vastgesteld. De inventarislijsten bevatten daartoe informatie over de oorspronkelijk aangebrachte rubriceringen.
3. Indien de oorspronkelijke rubricering werd vastgesteld door een ander ministerie dan het overbrengende ministerie, dan wel door een internationale organisatie of een buitenlandse mogendheid, wordt daaraan advies gevraagd.
4. De bij de overbrenging aangebrachte rubriceringen worden aan een bepaald tijdsverloop gebonden.
2. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt door het overbrengende ministerie de rubricering opnieuw vastgesteld nadat advies is ingewonnen van de beheerder van de archiefbewaarplaats. Hierbij wordt op de informatie aangegeven:
‘Deze rubricering is aangebracht bij de overbrenging naar een archiefbewaarplaats’.
Het bepalen van nieuwe rubriceringen vindt mede plaats aan de hand van inventarislijsten, die ingevolge <a href="/wet/BWBR0007748/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, derde lid, van het Archiefbesluit 1995</a>worden vastgesteld. De inventarislijsten bevatten daartoe informatie over de oorspronkelijk aangebrachte rubriceringen.
3. Indien de oorspronkelijke rubricering werd vastgesteld door een ander ministerie dan het overbrengende ministerie, dan wel door een internationale organisatie of een buitenlandse mogendheid, wordt daaraan advies gevraagd.
4. De bij de overbrenging aangebrachte rubriceringen worden aan een bepaald tijdsverloop gebonden.