BWBR0016401
Geldig vanaf 2004-02-29
Artikel 4
Beleidsregel ontheffingen luchtwaardigheid
1. In afwijking van artikel 1kan aan de houder van een typecertificaat, een aanvullend typecertificaat of een vóór 15 oktober 2001 goedgekeurde belangrijke wijziging met betrekking tot een luchtvaartuig als bedoeld in de Regeling veiligheid brandstoftanks luchtvaartuigen, op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing worden verleend van één of meer verplichtingen als bedoeld in die regeling in de volgende gevallen:
a. de verwachte gevaarzetting is gezien de wereldomvang van een bepaald type vliegtuig gering, omdat: 1°. de vloot klein is;
2°. het desbetreffende luchtvaartuig dichtbij het einde van de verwachte levensduur is en gebruik op wereldschaal klein is;
1°. de vloot klein is;
2°. het desbetreffende luchtvaartuig dichtbij het einde van de verwachte levensduur is en gebruik op wereldschaal klein is;
b. de blootstelling aan ontvlambare omstandigheden van de brandstoftanks is laag;
c. ook anderszins is geen sprake van verwarmde brandstoftanks ('heated tanks');
d. er bestaan compenserende factoren, zoals operationele beperkingen;
e. de kosten voor de luchtvaartmaatschappijen om volledig te voldoen aan de beleidsregel zijn disproportioneel en staan niet in verhouding tot het veiligheidsrisico van de betrokken vliegtuigen.
2. Bij de behandeling van de aanvraag om ontheffing wordt in ieder geval betrokken het resultaat van de coördinatie tussen de Joint Aviation Authorities en de Federal Aviation Administration.
3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de Inspecteur-generaal Verkeer en Waterstaat. Artikel 2, tweede lid, is van toepassing.
a. de verwachte gevaarzetting is gezien de wereldomvang van een bepaald type vliegtuig gering, omdat: 1°. de vloot klein is;
2°. het desbetreffende luchtvaartuig dichtbij het einde van de verwachte levensduur is en gebruik op wereldschaal klein is;
1°. de vloot klein is;
2°. het desbetreffende luchtvaartuig dichtbij het einde van de verwachte levensduur is en gebruik op wereldschaal klein is;
b. de blootstelling aan ontvlambare omstandigheden van de brandstoftanks is laag;
c. ook anderszins is geen sprake van verwarmde brandstoftanks ('heated tanks');
d. er bestaan compenserende factoren, zoals operationele beperkingen;
e. de kosten voor de luchtvaartmaatschappijen om volledig te voldoen aan de beleidsregel zijn disproportioneel en staan niet in verhouding tot het veiligheidsrisico van de betrokken vliegtuigen.
2. Bij de behandeling van de aanvraag om ontheffing wordt in ieder geval betrokken het resultaat van de coördinatie tussen de Joint Aviation Authorities en de Federal Aviation Administration.
3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de Inspecteur-generaal Verkeer en Waterstaat. Artikel 2, tweede lid, is van toepassing.