BWBR0016401
Geldig vanaf 2004-02-29
Artikel 1
Beleidsregel ontheffingen luchtwaardigheid
Aan de houder van een luchtvaartuig dat:
a. niet luchtwaardig is, of
b. niet voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid, wordt, indien de houder aantoont, dat een dringende noodzaak bestaat dat met dat luchtvaartuig een vlucht of een aantal vluchten wordt uitgevoerd en dat hij passende maatregelen zal nemen om zowel de interne veiligheid als de externe veiligheid in voldoende mate te waarborgen, een ontheffing verleend van het verbod als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet luchtvaart.
a. niet luchtwaardig is, of
b. niet voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid, wordt, indien de houder aantoont, dat een dringende noodzaak bestaat dat met dat luchtvaartuig een vlucht of een aantal vluchten wordt uitgevoerd en dat hij passende maatregelen zal nemen om zowel de interne veiligheid als de externe veiligheid in voldoende mate te waarborgen, een ontheffing verleend van het verbod als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet luchtvaart.