BWBR0016341
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 44
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004
1. De voorzitter van het bedrijfslichaam brengt binnen twee weken na het onherroepelijk worden van de uitspraak van het tuchtgerecht of van het College ter kennis van de betrokkene, binnen welke termijn hij de opgelegde geldboete, of de kosten van openbaarmaking van de uitspraak moet voldoen. Deze termijn kan op ten hoogste twee maanden worden gesteld en kan telkens worden verlengd, maar mag ook na verlenging niet langer zijn dan twee jaren.
2. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt het niet betaalde bedrag ingevorderd op dezelfde wijze als de heffingen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002058/artikel/126" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 126, eerste lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie</a>. <a href="/wet/BWBR0002058/artikel/127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 127 van die wet</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de kosten van de verscherpte controle, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, met dien verstande dat de termijn voor de kennisgeving van de betalingstermijn eerst aanvangt nadat de kosten zijn gemaakt.
2. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt het niet betaalde bedrag ingevorderd op dezelfde wijze als de heffingen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002058/artikel/126" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 126, eerste lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie</a>. <a href="/wet/BWBR0002058/artikel/127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 127 van die wet</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de kosten van de verscherpte controle, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, met dien verstande dat de termijn voor de kennisgeving van de betalingstermijn eerst aanvangt nadat de kosten zijn gemaakt.