BWBR0016341
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 25
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004
1. Het tuchtgerecht kan ambtshalve of op verzoek van de betrokkene of de voorzitter van het bedrijfslichaam getuigen oproepen.
2. Ieder, die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor het tuchtgerecht te verschijnen. Artikel 17, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot het horen van de getuigen en hun recht van verschoning zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/217" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 217 tot en met 220 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
4. De voorzitter van het tuchtgerecht kan bepalen dat getuigen niet zullen worden gehoord dan na het afleggen van de eed of de belofte. Zij leggen in dat geval de eed of de belofte af dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid.
2. Ieder, die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor het tuchtgerecht te verschijnen. Artikel 17, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot het horen van de getuigen en hun recht van verschoning zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/217" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 217 tot en met 220 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
4. De voorzitter van het tuchtgerecht kan bepalen dat getuigen niet zullen worden gehoord dan na het afleggen van de eed of de belofte. Zij leggen in dat geval de eed of de belofte af dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid.