BWBR0016341
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 12
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004
1. De voorzitter, de leden en de secretaris wordt in ieder geval ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt. Zij kunnen op eigen verzoek tussentijds worden ontslagen.
2. De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen worden ontslagen op de gronden aangegeven in de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>en indien zij wegens ziekte ongeschikt zijn voor hun taak, mits de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd en herstel binnen zes maanden na de termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten.
2. De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen worden ontslagen op de gronden aangegeven in de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>en indien zij wegens ziekte ongeschikt zijn voor hun taak, mits de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd en herstel binnen zes maanden na de termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten.