BWBR0016300
Geldig vanaf 2003-12-19
Artikel 6
Instellingsprotocol commissie ter bestudering mogelijke toekomstige relaties Nederlandse Antillen en Aruba met de EU
1. De vergoedingen voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfskosten van de leden geschiedt op de voet van het Vergoedingenbesluit adviescolleges zoals vermeld onder 3. en komen ten laste van de landen die hen hebben aangewezen.
2. De vergoedingen voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfskosten van de door de commissie uitgenodigde deskundigen, alsmede de vergaderkosten van de commissie, worden door Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba gedeeld volgens de verdeelsleutel 70%, respectievelijk 15% en 15%. Deze kosten worden in eerste instantie betaald door Nederland, waarna de door de Nederlandse Antillen en Aruba verschuldigde bedragen bij die landen zullen worden gedeclareerd.
3. De vergoeding voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfkosten van de voorzitter en de door Nederland aangewezen leden geschiedt op de voet van het Vergoedingenbesluit adviescolleges.
4. De vergoeding voor de reis-, verblijf- en andere kosten van de secretarissen, geschiedt op de voet van de in de landen geldende regelingen voor ambtenaren.
5. Voorzover de kosten door Nederland worden gedragen, worden zij ten laste gebracht van Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting.
2. De vergoedingen voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfskosten van de door de commissie uitgenodigde deskundigen, alsmede de vergaderkosten van de commissie, worden door Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba gedeeld volgens de verdeelsleutel 70%, respectievelijk 15% en 15%. Deze kosten worden in eerste instantie betaald door Nederland, waarna de door de Nederlandse Antillen en Aruba verschuldigde bedragen bij die landen zullen worden gedeclareerd.
3. De vergoeding voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfkosten van de voorzitter en de door Nederland aangewezen leden geschiedt op de voet van het Vergoedingenbesluit adviescolleges.
4. De vergoeding voor de reis-, verblijf- en andere kosten van de secretarissen, geschiedt op de voet van de in de landen geldende regelingen voor ambtenaren.
5. Voorzover de kosten door Nederland worden gedragen, worden zij ten laste gebracht van Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting.