BWBR0016300
Geldig vanaf 2003-12-19
Artikel 4
Instellingsprotocol commissie ter bestudering mogelijke toekomstige relaties Nederlandse Antillen en Aruba met de EU
1. De commissie is bevoegd de werkwijze te kiezen, die zij naar eigen oordeel voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.
2. De commissie is bevoegd bij alle organen van de regeringen en andere instanties informatie in te winnen, die zij naar eigen oordeel voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.
3. De commissie kan zich voor haar taakvervulling laten bijstaan door externe deskundigen. De commissie besluit over deelname van deze deskundigen aan bijeenkomsten en eventuele andere activiteiten van de commissie.
4. De commissie kan zich rechtstreeks met verzoeken en voorstellen wenden tot de Minister-President van de Nederlandse Antillen, de Minister-President van Aruba, de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Europese Zaken.
2. De commissie is bevoegd bij alle organen van de regeringen en andere instanties informatie in te winnen, die zij naar eigen oordeel voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.
3. De commissie kan zich voor haar taakvervulling laten bijstaan door externe deskundigen. De commissie besluit over deelname van deze deskundigen aan bijeenkomsten en eventuele andere activiteiten van de commissie.
4. De commissie kan zich rechtstreeks met verzoeken en voorstellen wenden tot de Minister-President van de Nederlandse Antillen, de Minister-President van Aruba, de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Europese Zaken.