BWBR0016300
Geldig vanaf 2003-12-19
Artikel 2
Instellingsprotocol commissie ter bestudering mogelijke toekomstige relaties Nederlandse Antillen en Aruba met de EU
De commissie:
a. benoemt de opties die de Nederlandse Antillen en Aruba hebben in hun relatie met de Europese Unie en geeft de gevolgen aan van elke optie voor de drie landen van het Koninkrijk en voor het Koninkrijk als zodanig. Ten aanzien van elke optie wordt in ieder geval: – een inventarisatie verricht van de politieke, juridische, economische en financiële consequenties en eventuele relevante voor- en nadelen van mogelijke toekomstige relaties van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie, met name ook in relatie met de mogelijke bestaande en/of toekomstige perspectieven voor deze landen op grond van de internationale (handels)relaties op het westelijk halfrond;
– onderzocht de gevolgen voor het Koninkrijksverband en het Statuut in het algemeen en in het bijzonder voor de behartiging van de eigen aangelegenheden door de landen, de behartiging van de koninkrijksaangelegenheden, de werkwijze van de koninkrijksorganen en de goedkeuring van verdragen ten aanzien van zorggebieden die tot de exclusieve competentie van de Europese Gemeenschap (zijn) gaan behoren;
– een inventarisatie verricht van de politieke, juridische, economische en financiële consequenties en eventuele relevante voor- en nadelen van mogelijke toekomstige relaties van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie, met name ook in relatie met de mogelijke bestaande en/of toekomstige perspectieven voor deze landen op grond van de internationale (handels)relaties op het westelijk halfrond;
– onderzocht de gevolgen voor het Koninkrijksverband en het Statuut in het algemeen en in het bijzonder voor de behartiging van de eigen aangelegenheden door de landen, de behartiging van de koninkrijksaangelegenheden, de werkwijze van de koninkrijksorganen en de goedkeuring van verdragen ten aanzien van zorggebieden die tot de exclusieve competentie van de Europese Gemeenschap (zijn) gaan behoren;
b. beschrijft per optie de eventueel te volgen procedure om de optie te realiseren. Hierbij wordt tevens ingegaan op het onderhandelingsproces met de overige lidstaten van de Europese Unie, inclusief het tijdspad en op de eventuele onomkeerbaarheid van de procedure.
a. benoemt de opties die de Nederlandse Antillen en Aruba hebben in hun relatie met de Europese Unie en geeft de gevolgen aan van elke optie voor de drie landen van het Koninkrijk en voor het Koninkrijk als zodanig. Ten aanzien van elke optie wordt in ieder geval: – een inventarisatie verricht van de politieke, juridische, economische en financiële consequenties en eventuele relevante voor- en nadelen van mogelijke toekomstige relaties van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie, met name ook in relatie met de mogelijke bestaande en/of toekomstige perspectieven voor deze landen op grond van de internationale (handels)relaties op het westelijk halfrond;
– onderzocht de gevolgen voor het Koninkrijksverband en het Statuut in het algemeen en in het bijzonder voor de behartiging van de eigen aangelegenheden door de landen, de behartiging van de koninkrijksaangelegenheden, de werkwijze van de koninkrijksorganen en de goedkeuring van verdragen ten aanzien van zorggebieden die tot de exclusieve competentie van de Europese Gemeenschap (zijn) gaan behoren;
– een inventarisatie verricht van de politieke, juridische, economische en financiële consequenties en eventuele relevante voor- en nadelen van mogelijke toekomstige relaties van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie, met name ook in relatie met de mogelijke bestaande en/of toekomstige perspectieven voor deze landen op grond van de internationale (handels)relaties op het westelijk halfrond;
– onderzocht de gevolgen voor het Koninkrijksverband en het Statuut in het algemeen en in het bijzonder voor de behartiging van de eigen aangelegenheden door de landen, de behartiging van de koninkrijksaangelegenheden, de werkwijze van de koninkrijksorganen en de goedkeuring van verdragen ten aanzien van zorggebieden die tot de exclusieve competentie van de Europese Gemeenschap (zijn) gaan behoren;
b. beschrijft per optie de eventueel te volgen procedure om de optie te realiseren. Hierbij wordt tevens ingegaan op het onderhandelingsproces met de overige lidstaten van de Europese Unie, inclusief het tijdspad en op de eventuele onomkeerbaarheid van de procedure.