BWBR0015923
Geldig vanaf 2003-12-05
Artikel 10
Warenwetbesluit honing
De aanduiding bloemenhoningof nectarhoningwordt gebezigd voor honing die uit plantennectar is verkregen, met:
a. in totaal een gehalte aan fructose en glucose van ten minste 60 g/100 g;
b. een gehalte aan sacharose van: 1° ten hoogste 10 g/100 g in het geval van witte acacia (Robinia pseudoacacia), alfalfa (Medicago sativa), menzies banksia (Banksia menziesii), rode hanenkop (Hedysarum), rode eucalyptus (Eucalyptus camadulensis), Eucryphia lucida, Eurcryphia milliganii, Citrus spp.;
2° ten hoogste 15 g/100 g in het geval van lavendel (Lavendula spp.), bernagie (Borago officinalis);
3° ten hoogste 5 g/100 g in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
1° ten hoogste 10 g/100 g in het geval van witte acacia (Robinia pseudoacacia), alfalfa (Medicago sativa), menzies banksia (Banksia menziesii), rode hanenkop (Hedysarum), rode eucalyptus (Eucalyptus camadulensis), Eucryphia lucida, Eurcryphia milliganii, Citrus spp.;
2° ten hoogste 15 g/100 g in het geval van lavendel (Lavendula spp.), bernagie (Borago officinalis);
3° ten hoogste 5 g/100 g in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
c. een gehalte aan vocht van: 1° ten hoogste 23% in het geval van struikheidehoning;
2° ten hoogste 20% in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
1° ten hoogste 23% in het geval van struikheidehoning;
2° ten hoogste 20% in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
d. een gehalte aan niet in water oplosbare stoffen van ten hoogste 0,1 g/100 g; en
e. een gehalte aan vrije zuren van ten hoogste 50 milli-equivalenten zuur per 1000 gram.
a. in totaal een gehalte aan fructose en glucose van ten minste 60 g/100 g;
b. een gehalte aan sacharose van: 1° ten hoogste 10 g/100 g in het geval van witte acacia (Robinia pseudoacacia), alfalfa (Medicago sativa), menzies banksia (Banksia menziesii), rode hanenkop (Hedysarum), rode eucalyptus (Eucalyptus camadulensis), Eucryphia lucida, Eurcryphia milliganii, Citrus spp.;
2° ten hoogste 15 g/100 g in het geval van lavendel (Lavendula spp.), bernagie (Borago officinalis);
3° ten hoogste 5 g/100 g in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
1° ten hoogste 10 g/100 g in het geval van witte acacia (Robinia pseudoacacia), alfalfa (Medicago sativa), menzies banksia (Banksia menziesii), rode hanenkop (Hedysarum), rode eucalyptus (Eucalyptus camadulensis), Eucryphia lucida, Eurcryphia milliganii, Citrus spp.;
2° ten hoogste 15 g/100 g in het geval van lavendel (Lavendula spp.), bernagie (Borago officinalis);
3° ten hoogste 5 g/100 g in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
c. een gehalte aan vocht van: 1° ten hoogste 23% in het geval van struikheidehoning;
2° ten hoogste 20% in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
1° ten hoogste 23% in het geval van struikheidehoning;
2° ten hoogste 20% in het geval van de overige soorten bloemenhoning of nectarhoning;
d. een gehalte aan niet in water oplosbare stoffen van ten hoogste 0,1 g/100 g; en
e. een gehalte aan vrije zuren van ten hoogste 50 milli-equivalenten zuur per 1000 gram.