BWBR0015853
Geldig vanaf 2003-12-09
Artikel 5
Regeling bescherming persoonsgegevens in personeelsdossiers en Emplaza BZK
1. De volgende personen kunnen de persoonsgegevens raadplegen, voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitoefening van hun functie:
a. de verantwoordelijke;
b. de secretaris-generaal;
c. de beheerder;
d. de directeur van de medewerker;
e. de betrokken personeelsadviseur;
f. het hoofd van de afdeling Documentaire Informatievoorziening;
g. leidinggevenden, voor zover het een medewerker betreft die onder zijn directe verantwoordelijkheid valt.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen uitsluitend de volgende personen vertrouwelijke gegevens raadplegen, voor zover dit noodzakelijk is voor een goede uitoefening van hun functie:
a. de direct leidinggevende van de medewerker;
b. de naasthogere leidinggevende van de medewerker, waaronder in ieder geval de directeur wordt verstaan;
c. de betrokken personeelsadviseur;
d. indien de medewerker is aangewezen als herplaatsingkandidaat: de herplaatsingsadviseur, bedoeld in de Regeling herplaatsingsprocedure BZK 2000;
e. de medewerker.
3. Het raadplegen van de personeelsdossiers geschiedt door tussenkomst van de betrokken personeelsadviseur.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, vijfde lid, mogen van de vertrouwelijke persoonsgegevens geen reproducties worden gemaakt zonder toestemming van de medewerker.
a. de verantwoordelijke;
b. de secretaris-generaal;
c. de beheerder;
d. de directeur van de medewerker;
e. de betrokken personeelsadviseur;
f. het hoofd van de afdeling Documentaire Informatievoorziening;
g. leidinggevenden, voor zover het een medewerker betreft die onder zijn directe verantwoordelijkheid valt.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen uitsluitend de volgende personen vertrouwelijke gegevens raadplegen, voor zover dit noodzakelijk is voor een goede uitoefening van hun functie:
a. de direct leidinggevende van de medewerker;
b. de naasthogere leidinggevende van de medewerker, waaronder in ieder geval de directeur wordt verstaan;
c. de betrokken personeelsadviseur;
d. indien de medewerker is aangewezen als herplaatsingkandidaat: de herplaatsingsadviseur, bedoeld in de Regeling herplaatsingsprocedure BZK 2000;
e. de medewerker.
3. Het raadplegen van de personeelsdossiers geschiedt door tussenkomst van de betrokken personeelsadviseur.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, vijfde lid, mogen van de vertrouwelijke persoonsgegevens geen reproducties worden gemaakt zonder toestemming van de medewerker.