BWBR0015843
Geldig vanaf 2004-02-01
Artikel 3
Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land
1. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden.
2. De minister wijst één lid aan.
3. Provinciale staten wijzen uit hun midden, de voorzitter van die staten inbegrepen, of uit de kring van gedeputeerden, één lid aan.
4. De raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap, wijzen uit hun midden, de voorzitters van die raden en dat algemeen bestuur inbegrepen, of uit de kring van wethouders, gezamenlijk één lid aan.
5. Het bestuur van de stichting Nieuw Land wijst twee leden aan.
6. Het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders wijst één lid aan.
7. Het lidmaatschap van de leden, aangewezen overeenkomstig het tweede, derde, vijfde en zesde lid, eindigt op het moment waarop de zittingsperiode van provinciale staten afloopt.
8. Het lidmaatschap van het lid, aangewezen overeenkomstig het vierde lid, eindigt op het moment waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden of van het algemeen bestuur van het waterschap afloopt.
9. Het lidmaatschap van de leden die door provinciale staten of de raad van de gemeente en het algemeen bestuur van het waterschap zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van die leden bij de provinciale staten, de kring van gedeputeerden, de raad, de kring van wethouders dan wel het algemeen bestuur, of het voorzitterschap, van het waterschap.
10. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zevende en achtste lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
11. Provinciale staten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van provinciale staten over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid.
12. De raad van de gemeente beslist uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raad over de aanwijzing, bedoeld in het vierde lid.
13. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst de betrokken partner zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
14. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
15. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.
2. De minister wijst één lid aan.
3. Provinciale staten wijzen uit hun midden, de voorzitter van die staten inbegrepen, of uit de kring van gedeputeerden, één lid aan.
4. De raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap, wijzen uit hun midden, de voorzitters van die raden en dat algemeen bestuur inbegrepen, of uit de kring van wethouders, gezamenlijk één lid aan.
5. Het bestuur van de stichting Nieuw Land wijst twee leden aan.
6. Het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders wijst één lid aan.
7. Het lidmaatschap van de leden, aangewezen overeenkomstig het tweede, derde, vijfde en zesde lid, eindigt op het moment waarop de zittingsperiode van provinciale staten afloopt.
8. Het lidmaatschap van het lid, aangewezen overeenkomstig het vierde lid, eindigt op het moment waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden of van het algemeen bestuur van het waterschap afloopt.
9. Het lidmaatschap van de leden die door provinciale staten of de raad van de gemeente en het algemeen bestuur van het waterschap zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van die leden bij de provinciale staten, de kring van gedeputeerden, de raad, de kring van wethouders dan wel het algemeen bestuur, of het voorzitterschap, van het waterschap.
10. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zevende en achtste lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
11. Provinciale staten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van provinciale staten over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid.
12. De raad van de gemeente beslist uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raad over de aanwijzing, bedoeld in het vierde lid.
13. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst de betrokken partner zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
14. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
15. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.