BWBR0015843
Geldig vanaf 2004-02-01
Artikel 15
Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land
1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de stichtingen, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van een goedgekeurde begroting. Bij de aanvang van het Erfgoedcentrum Nieuw Land luiden de bijdragen zoals vastgesteld in de bijlage bij de regeling.
2. De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdrage van provinciale staten wordt jaarlijks aangepast met het door provinciale staten voor dit doel jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen. De raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de stichtingen volgen in deze provinciale staten in de aanpassing van hun bijdragen.
3. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land kan bij de vaststelling van de begroting een voorlopige raming opnemen van het door de minister en provinciale staten vast te stellen percentage als bedoeld in het tweede lid.
4. Bij de start van het Erfgoedcentrum Nieuw Land en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.
5. De minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de stichtingen kunnen gezamenlijk de te verstrekken bijdragen wijzigen in relatie tot de taken van het Erfgoedcentrum Nieuw Land.
6. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Indien een van de partners een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door die partner in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
8. De huurovereenkomst binnen de staat (Rijksarchiefdienst-Rijksgebouwendienst) zal met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling worden omgezet in een huurovereenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en het Erfgoedcentrum Nieuw Land. Voorzover mogelijk worden de voorwaarden uit de aanvankelijke huurovereenkomst gerespecteerd en overgenomen in de vervangende huurovereenkomst.
2. De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdrage van provinciale staten wordt jaarlijks aangepast met het door provinciale staten voor dit doel jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen. De raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de stichtingen volgen in deze provinciale staten in de aanpassing van hun bijdragen.
3. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land kan bij de vaststelling van de begroting een voorlopige raming opnemen van het door de minister en provinciale staten vast te stellen percentage als bedoeld in het tweede lid.
4. Bij de start van het Erfgoedcentrum Nieuw Land en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.
5. De minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de stichtingen kunnen gezamenlijk de te verstrekken bijdragen wijzigen in relatie tot de taken van het Erfgoedcentrum Nieuw Land.
6. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Indien een van de partners een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door die partner in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
8. De huurovereenkomst binnen de staat (Rijksarchiefdienst-Rijksgebouwendienst) zal met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling worden omgezet in een huurovereenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en het Erfgoedcentrum Nieuw Land. Voorzover mogelijk worden de voorwaarden uit de aanvankelijke huurovereenkomst gerespecteerd en overgenomen in de vervangende huurovereenkomst.