BWBR0015843
Geldig vanaf 2004-02-01
Artikel 2
Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land
1. Er is een openbaar lichaam, Erfgoedcentrum Nieuw Land, dat gevestigd is in Lelystad.
2. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land is ingesteld met het doel de belangen van de partners bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, het archeologisch depot van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten, het waterschap, het Nieuw Land Poldermuseum van de Stichting Nieuw Land en het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland van de Stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, in gezamenlijkheid te behartigen. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land doet dit onder meer door:
a. depot- en collectievorming, documentatie, presentaties, historisch onderzoek, voorlichting en educatie, en publicaties;
b. het verzamelen, bewaren, beheren, toegankelijk maken van documenten;
c. het aanbieden van informatie in fysieke en digitale vorm via museale presentaties, tentoonstellingen, evenementen, projecten, een website, publicaties, en educatieve producten;
d. het ontwikkelen en behouden van belangrijke archeologische waarden voor toekomstige generaties ten behoeve van recreatie, toerisme, educatie en ruimtelijke kwaliteit;
e. het verrichten van- en het gelegenheid geven tot (wetenschappelijk) historisch- en archeologisch onderzoek;
f. het facilitair en inhoudelijk ondersteunen van initiatieven op het gebied van cultuurhistorie voor gemeenten, onderwijs, verenigings- en bedrijfsleven en het algemene publiek.
3. Aan het Erfgoedcentrum Nieuw Land zijn daartoe de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de partners opgedragen:
a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden en collecties die berusten in de in het tweede lid genoemde archiefbewaarplaatsen en depot met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, vijfde lid;
b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 17, 18, 19, 20, 26, tweede lid, 31, 32, 36 en 37, van de Archiefwet 1995;
c. het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister, de gemeenten en het waterschap over de taken en bevoegdheden, die door de minister, de gemeenten of het waterschap worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30, 32, tweede lid, 35 en 37, tweede lid, van de Archiefwet 1995;
d. het verrichten van door een of meer partners opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid.
4. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land voert bij behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid, het archief- en cultuurbeleid van de minister, de provincie, de gemeenten en het waterschap mede uit.
5. De partners kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop het Erfgoedcentrum Nieuw Land de belangen, bedoeld in het tweede lid, behartigt.
6. De minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de stichtingen dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van artikel 15, zevende lid.
2. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land is ingesteld met het doel de belangen van de partners bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, het archeologisch depot van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten, het waterschap, het Nieuw Land Poldermuseum van de Stichting Nieuw Land en het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland van de Stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, in gezamenlijkheid te behartigen. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land doet dit onder meer door:
a. depot- en collectievorming, documentatie, presentaties, historisch onderzoek, voorlichting en educatie, en publicaties;
b. het verzamelen, bewaren, beheren, toegankelijk maken van documenten;
c. het aanbieden van informatie in fysieke en digitale vorm via museale presentaties, tentoonstellingen, evenementen, projecten, een website, publicaties, en educatieve producten;
d. het ontwikkelen en behouden van belangrijke archeologische waarden voor toekomstige generaties ten behoeve van recreatie, toerisme, educatie en ruimtelijke kwaliteit;
e. het verrichten van- en het gelegenheid geven tot (wetenschappelijk) historisch- en archeologisch onderzoek;
f. het facilitair en inhoudelijk ondersteunen van initiatieven op het gebied van cultuurhistorie voor gemeenten, onderwijs, verenigings- en bedrijfsleven en het algemene publiek.
3. Aan het Erfgoedcentrum Nieuw Land zijn daartoe de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de partners opgedragen:
a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden en collecties die berusten in de in het tweede lid genoemde archiefbewaarplaatsen en depot met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, vijfde lid;
b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 17, 18, 19, 20, 26, tweede lid, 31, 32, 36 en 37, van de Archiefwet 1995;
c. het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister, de gemeenten en het waterschap over de taken en bevoegdheden, die door de minister, de gemeenten of het waterschap worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30, 32, tweede lid, 35 en 37, tweede lid, van de Archiefwet 1995;
d. het verrichten van door een of meer partners opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid.
4. Het Erfgoedcentrum Nieuw Land voert bij behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid, het archief- en cultuurbeleid van de minister, de provincie, de gemeenten en het waterschap mede uit.
5. De partners kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop het Erfgoedcentrum Nieuw Land de belangen, bedoeld in het tweede lid, behartigt.
6. De minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de stichtingen dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van artikel 15, zevende lid.