BWBR0015590
Geldig vanaf 2004-04-21
Artikel 3:11
Organisatiebesluit BZK 2003
1. De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.
2. De directie heeft de volgende taken:
a) de zorg voor het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden;
b) de herziening van de Grondwet en het voorbereiden van wetgeving met een sterk constitutionele grondslag;
c) het toetsen van regelingen, met inbegrip van conceptverdragen, en bestuur aan de Grondwet en aan verdragsbepalingen met constitutionele aspecten;
d) het voorbereiden van de wetgeving over de Hoge Colleges van Staat en over rechtsbescherming in ruime zin;
e) het vervullen van een primaire rol bij door de minister aangewezen wetgevingsprojecten;
f) het medebehandelend van alle aangelegenheden inzake de totstandkoming van wet- en regelgeving van het ministerie;
g) het behandelen van constitutionele vraagstukken op het terrein van het kiesrecht;
h) het voeren van het secretariaat van de Kiesraad;
i) het coördineren van Europeesrechtelijke aangelegenheden;
j) het behandelen van bijzondere opdrachten van een minister of de Algemene Leiding, civielrechtelijke kwesties en andere juridische aangelegenheden.
2. De directie heeft de volgende taken:
a) de zorg voor het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden;
b) de herziening van de Grondwet en het voorbereiden van wetgeving met een sterk constitutionele grondslag;
c) het toetsen van regelingen, met inbegrip van conceptverdragen, en bestuur aan de Grondwet en aan verdragsbepalingen met constitutionele aspecten;
d) het voorbereiden van de wetgeving over de Hoge Colleges van Staat en over rechtsbescherming in ruime zin;
e) het vervullen van een primaire rol bij door de minister aangewezen wetgevingsprojecten;
f) het medebehandelend van alle aangelegenheden inzake de totstandkoming van wet- en regelgeving van het ministerie;
g) het behandelen van constitutionele vraagstukken op het terrein van het kiesrecht;
h) het voeren van het secretariaat van de Kiesraad;
i) het coördineren van Europeesrechtelijke aangelegenheden;
j) het behandelen van bijzondere opdrachten van een minister of de Algemene Leiding, civielrechtelijke kwesties en andere juridische aangelegenheden.