BWBR0015590
Geldig vanaf 2004-04-21
Artikel 3:1
Organisatiebesluit BZK 2003
1. De Algemene Leiding bestaat uit de secretaris-generaal en, voor zover het betreft de toepassing van artikel 6:3 van het MV-besluit secretaris-generaal BZKen de vervanging van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal.
2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het ministerie ( koninklijk besluit van 18 oktober 1988, Stb. 1988, 499, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal).
3. Tot de taak van de ambtelijke leiding, bedoeld in het tweede lid, behoort in ieder geval:
a) het informeren en adviseren van de ministers over hen of het ministerie betreffende aangelegenheden;
b) het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het ministerie;
c) het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het ministerie;
d) het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;
e) het voorzitterschap van de Bestuursraad, het Centraal HRM-beraad en het Audit Committee;
f) het zorgdragen voor, het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het ministerie;
g) het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
h) het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken.
2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het ministerie ( koninklijk besluit van 18 oktober 1988, Stb. 1988, 499, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal).
3. Tot de taak van de ambtelijke leiding, bedoeld in het tweede lid, behoort in ieder geval:
a) het informeren en adviseren van de ministers over hen of het ministerie betreffende aangelegenheden;
b) het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het ministerie;
c) het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het ministerie;
d) het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;
e) het voorzitterschap van de Bestuursraad, het Centraal HRM-beraad en het Audit Committee;
f) het zorgdragen voor, het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het ministerie;
g) het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
h) het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken.