BWBR0015396
Geldig vanaf 2003-08-01
Artikel 4
Besluit onderwijs aan vreemdelingen
1. De specifieke uitkering heeft steeds betrekking op een periode van vier maanden, met als peildata:
a. 1 oktober voor de periode augustus tot en met november;
b. 1 februari voor de periode december tot en met maart;
c. 1 juni voor de periode april tot en met juli.
2. Een gemeente dient voor het verkrijgen van een specifieke uitkering voor een van de perioden, genoemd in het eerste lid, bij de minister een overzicht in van het aantal vreemdelingen, bedoeld in artikel 3, tweede lid onder c, uitgesplitst per school of nevenvestiging, binnen vier weken na de peildatum. Een overzicht dat na genoemde periode van vier weken wordt ingediend, wordt uitsluitend in behandeling genomen indien van een verschoonbare termijnoverschrijding sprake is.
3. Een gemeente toont desgevraagd aan de minister aan dat de vreemdelingen voldoen aan de vereisten gesteld in artikel 1 onder 2.
a. 1 oktober voor de periode augustus tot en met november;
b. 1 februari voor de periode december tot en met maart;
c. 1 juni voor de periode april tot en met juli.
2. Een gemeente dient voor het verkrijgen van een specifieke uitkering voor een van de perioden, genoemd in het eerste lid, bij de minister een overzicht in van het aantal vreemdelingen, bedoeld in artikel 3, tweede lid onder c, uitgesplitst per school of nevenvestiging, binnen vier weken na de peildatum. Een overzicht dat na genoemde periode van vier weken wordt ingediend, wordt uitsluitend in behandeling genomen indien van een verschoonbare termijnoverschrijding sprake is.
3. Een gemeente toont desgevraagd aan de minister aan dat de vreemdelingen voldoen aan de vereisten gesteld in artikel 1 onder 2.