Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
1. school: a. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een bekostigde school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
a. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een bekostigde school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
2. vreemdeling: leerling: 1°. die door Onze minister van Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door Onze minister van Justitie in bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en
2°. van wie aantoonbaar is dat hij nog geen jaar woonachtig is in Nederland, en
3°. die ingeschreven staat aan een school en die school geregeld bezoekt;
1°. die door Onze minister van Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door Onze minister van Justitie in bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en
2°. van wie aantoonbaar is dat hij nog geen jaar woonachtig is in Nederland, en
3°. die ingeschreven staat aan een school en die school geregeld bezoekt;
3. minister: Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
1. school: a. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een bekostigde school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
a. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een bekostigde school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
2. vreemdeling: leerling: 1°. die door Onze minister van Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door Onze minister van Justitie in bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en
2°. van wie aantoonbaar is dat hij nog geen jaar woonachtig is in Nederland, en
3°. die ingeschreven staat aan een school en die school geregeld bezoekt;
1°. die door Onze minister van Justitie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door Onze minister van Justitie in bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en
2°. van wie aantoonbaar is dat hij nog geen jaar woonachtig is in Nederland, en
3°. die ingeschreven staat aan een school en die school geregeld bezoekt;
3. minister: Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.