BWBR0015396
Geldig vanaf 2003-08-01
Artikel 3
Besluit onderwijs aan vreemdelingen
1. Een gemeente komt in aanmerking voor een specifieke uitkering wanneer in die gemeente door een of meer scholen de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor gezamenlijk tenminste tien vreemdelingen.
2. Berekeningsfactoren voor een specifieke uitkering zijn:
a. een bedrag van € 1174,- op jaarbasis voor een vreemdeling aan een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra,
b. een bedrag van € 4212,- op jaarbasis voor een vreemdeling aan een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, en
c. het aantal vreemdelingen dat staat ingeschreven op een school of nevenvestiging daarvan, voor zover die school of nevenvestiging op het grondgebied van de gemeente is gelegen en zij bij dat deel van de school zijn ingeschreven.
3. De specifieke uitkering aan een gemeente voor een periode als genoemd in artikel 4, eerste lid, is eenderde deel van de som van:
a. het bedrag voor een vreemdeling als bedoeld in het tweede lid onder a, vermenigvuldigd met het aantal vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid onder c, dat op de voor die periode geldende peildatum, genoemd in artikel 4, eerste lid, staat ingeschreven op een of meer scholen als bedoeld in het tweede lid onder a, en
b. het bedrag voor een vreemdeling als bedoeld in het tweede lid onder b, vermenigvuldigd met het aantal vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid onder c, dat op de voor die periode geldende peildatum, genoemd in artikel 4, eerste lid, staat ingeschreven op een of meer scholen als bedoeld in het tweede lid onder b, in de gemeente.
2. Berekeningsfactoren voor een specifieke uitkering zijn:
a. een bedrag van € 1174,- op jaarbasis voor een vreemdeling aan een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra,
b. een bedrag van € 4212,- op jaarbasis voor een vreemdeling aan een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, en
c. het aantal vreemdelingen dat staat ingeschreven op een school of nevenvestiging daarvan, voor zover die school of nevenvestiging op het grondgebied van de gemeente is gelegen en zij bij dat deel van de school zijn ingeschreven.
3. De specifieke uitkering aan een gemeente voor een periode als genoemd in artikel 4, eerste lid, is eenderde deel van de som van:
a. het bedrag voor een vreemdeling als bedoeld in het tweede lid onder a, vermenigvuldigd met het aantal vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid onder c, dat op de voor die periode geldende peildatum, genoemd in artikel 4, eerste lid, staat ingeschreven op een of meer scholen als bedoeld in het tweede lid onder a, en
b. het bedrag voor een vreemdeling als bedoeld in het tweede lid onder b, vermenigvuldigd met het aantal vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid onder c, dat op de voor die periode geldende peildatum, genoemd in artikel 4, eerste lid, staat ingeschreven op een of meer scholen als bedoeld in het tweede lid onder b, in de gemeente.