BWBR0015352
Geldig vanaf 2003-07-31
Artikel 6
Subsidieregeling innovatiearrangement 2003
1. Er is een beoordelingscommissie innovatiearrangement, zoals beschreven in het Convenant, die tot taak heeft de minister te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
2. De beoordelingscommissie wordt door de minister voor een periode van 1 jaar benoemd.
3. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de beoordelingscommissie worden na beëindiging van de werkzaamheden opgeborgen in het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
4. De beoordelingscommissie verstrekt desgewenst aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke aangelegenheden en bescheiden, voor zover dat voor zijn taak redelijkerwijs nodig is.
5. De beoordelingscommissie stelt na de aanvraagperiode binnen twee maanden een verslag op van haar werkzaamheden en het gevoerde beleid in de voorliggende periode. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur algemeen verkrijgbaar gesteld.
6. De voorzitter en de leden van de beoordelingscommissie gaan uit van de vertrouwelijkheid van de verkregen informatie, zowel gedurende de looptijd van deze beschikking alsmede na de beëindiging daarvan.
2. De beoordelingscommissie wordt door de minister voor een periode van 1 jaar benoemd.
3. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de beoordelingscommissie worden na beëindiging van de werkzaamheden opgeborgen in het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
4. De beoordelingscommissie verstrekt desgewenst aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke aangelegenheden en bescheiden, voor zover dat voor zijn taak redelijkerwijs nodig is.
5. De beoordelingscommissie stelt na de aanvraagperiode binnen twee maanden een verslag op van haar werkzaamheden en het gevoerde beleid in de voorliggende periode. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur algemeen verkrijgbaar gesteld.
6. De voorzitter en de leden van de beoordelingscommissie gaan uit van de vertrouwelijkheid van de verkregen informatie, zowel gedurende de looptijd van deze beschikking alsmede na de beëindiging daarvan.