BWBR0015341
Geldig vanaf 2003-07-20
Artikel 2
Regeling uitkeringen beperkingengebied Schiphol
1. De minister kan gemeenten op aanvraag een uitkering verstrekken ter bestrijding van:
a. verwervingskosten,
b. sloopkosten,
c. kosten van milieutechnisch bodemonderzoek,
d. onderhoudskosten beheer bouwkundige eenheid,
e. onderhoudskosten beheer ondergrond,
f. apparaatskosten.
2. Voor iedere kostensoort, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedraagt de uitkering 100 % van de kosten.
3. Voor onderhoudskosten beheer ondergrond bestaat de uitkering uit de contante waarde van de jaarlijkse onderhoudskosten van ondergrond, berekend op basis van de op de datum van de aanvraag geldende wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
4. Voor de apparaatskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, bedraagt de uitkering 1% van het totaal van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde kosten.
5. Het totaal van de in het tweede lid tot en met het vierde lid, bedoelde uitkering wordt verminderd met de restwaarde van de ondergrond van de te verwerven gebouwen na de sloop daarvan.
a. verwervingskosten,
b. sloopkosten,
c. kosten van milieutechnisch bodemonderzoek,
d. onderhoudskosten beheer bouwkundige eenheid,
e. onderhoudskosten beheer ondergrond,
f. apparaatskosten.
2. Voor iedere kostensoort, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedraagt de uitkering 100 % van de kosten.
3. Voor onderhoudskosten beheer ondergrond bestaat de uitkering uit de contante waarde van de jaarlijkse onderhoudskosten van ondergrond, berekend op basis van de op de datum van de aanvraag geldende wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
4. Voor de apparaatskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, bedraagt de uitkering 1% van het totaal van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde kosten.
5. Het totaal van de in het tweede lid tot en met het vierde lid, bedoelde uitkering wordt verminderd met de restwaarde van de ondergrond van de te verwerven gebouwen na de sloop daarvan.