BWBR0015192
Geldig vanaf 2003-06-20
Artikel 6
Regeling evaluatiecommissie Stichting WeTeN
1. De commissie stelt zelf haar werkwijze vast en is eindverantwoordelijk voor de inhoud van het eindrapport.
2. De commissie wordt ondersteund door een onderzoeksbureau dat een deel van de uitvoering van de evaluatie, waaronder het organiseren en voorbereiden bijeenkomsten van de commissie, het organiseren van bezoeken, notuleren, het organiseren van gesprekken en interviews, het verzamelen documentatie, het voeren van de administratie, en het schrijven van de rapportage op zich zal nemen.
3. De minister vraagt drie offertes aan bij onderzoeksbureaus. De commissie kiest een bureau, waarna de minister dit bureau de opdracht verleent. De commissie stuurt het bureau aan en bepaalt, met in acht name van het geoffreerde bedrag, de mate van administratieve bijstand.
4. De commissie verricht de in artikel 2en 3 genoemde taakopdracht binnen een budget van maximaal € 100.000. Dit bedrag is inclusief de kosten voor het ondersteunende bureau, de vergoeding voor de commissieleden, de overige kosten en inclusief BTW.
5. De commissie legt aan de minister separaat schriftelijk verantwoording af over de besteding van het budget. De verantwoording geeft in ieder geval op een onderbouwde en verifieerbare wijze inzage in de daadwerkelijke uitgaven ten aanzien van de in het vierde lid genoemde kostenposten.
6. De noodzakelijk geachte kosten voor de evaluatie komen binnen het daarvoor ter beschikking gestelde budget ten laste van de begrotingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het Ministerie van Economische Zaken in gelijke delen.
2. De commissie wordt ondersteund door een onderzoeksbureau dat een deel van de uitvoering van de evaluatie, waaronder het organiseren en voorbereiden bijeenkomsten van de commissie, het organiseren van bezoeken, notuleren, het organiseren van gesprekken en interviews, het verzamelen documentatie, het voeren van de administratie, en het schrijven van de rapportage op zich zal nemen.
3. De minister vraagt drie offertes aan bij onderzoeksbureaus. De commissie kiest een bureau, waarna de minister dit bureau de opdracht verleent. De commissie stuurt het bureau aan en bepaalt, met in acht name van het geoffreerde bedrag, de mate van administratieve bijstand.
4. De commissie verricht de in artikel 2en 3 genoemde taakopdracht binnen een budget van maximaal € 100.000. Dit bedrag is inclusief de kosten voor het ondersteunende bureau, de vergoeding voor de commissieleden, de overige kosten en inclusief BTW.
5. De commissie legt aan de minister separaat schriftelijk verantwoording af over de besteding van het budget. De verantwoording geeft in ieder geval op een onderbouwde en verifieerbare wijze inzage in de daadwerkelijke uitgaven ten aanzien van de in het vierde lid genoemde kostenposten.
6. De noodzakelijk geachte kosten voor de evaluatie komen binnen het daarvoor ter beschikking gestelde budget ten laste van de begrotingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het Ministerie van Economische Zaken in gelijke delen.