BWBR0015123
Geldig vanaf 2003-05-29
Artikel 2.2.3
Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de Wet Bibob
1. de commune delicten uit het Wetboek van Strafrecht:
a. deelneming aan een criminele organisatie (140 Sr), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde strafbare feiten;
b. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder of beëdigd beambte (177, 179, 183 eerste lid Sr);
c. omkoping van een rechter (178 (Sr);
d. mensensmokkel ofwel het behulpzaam zijn bij het onrechtmatig toegang verschaffen tot een land binnen de Europese gemeenschap (179a Sr),
e. slavenhandel (267 Sr);
f. mensenhandel, specifiek het vervoeren van personen die worden bewogen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling (250a, eerste lid, onder 2 Sr),
g. mensenroof (278 Sr);
h. schaking (281 Sr);
i. wederrechtelijke vrijheidsberoving (282, 283) en gijzeling (282a Sr),
j. beroepshalve verduistering (322 Sr);
k. de aflevering van vervalste voedselwaren en geneesmiddelen (330 Sr) en het plegen van bedrieglijke handelingen bij de levering van materialen (331, tweede 2, Sr);
l. het in-, door- of uitvoeren, afleveren en in voorraad hebben van valse waren of merken (337, eerste lid Sr), in het bijzonder het plegen beroepshalve (337, tweede lid Sr);
m. opzetheling (416) en schuldheling (417bis Sr);
n. de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder b tot en met m genoemde strafbare feiten.
2. de delicten uit de Opiumwet:
a. het importeren, exporteren, verwerken, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van verboden middelen (2, eerste lid onder A, B, C en D en 3, eerste lid, onder A, B, C en D, van de Opiumwet);
b. het medeplichtig zijn aan of op enigerlei wijze behulpzaam zijn bij de onder a bedoelde handelingen (10a, eerste lid, van de Opiumwet).
3. de delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen:
a. het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder e);
b. het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder f).
4. de Wet op de economische delicten:
overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: de Wet personenvervoer, artikel 5 (artikel 1, onder ten tweede en ten derde Wed).
a. deelneming aan een criminele organisatie (140 Sr), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde strafbare feiten;
b. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder of beëdigd beambte (177, 179, 183 eerste lid Sr);
c. omkoping van een rechter (178 (Sr);
d. mensensmokkel ofwel het behulpzaam zijn bij het onrechtmatig toegang verschaffen tot een land binnen de Europese gemeenschap (179a Sr),
e. slavenhandel (267 Sr);
f. mensenhandel, specifiek het vervoeren van personen die worden bewogen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling (250a, eerste lid, onder 2 Sr),
g. mensenroof (278 Sr);
h. schaking (281 Sr);
i. wederrechtelijke vrijheidsberoving (282, 283) en gijzeling (282a Sr),
j. beroepshalve verduistering (322 Sr);
k. de aflevering van vervalste voedselwaren en geneesmiddelen (330 Sr) en het plegen van bedrieglijke handelingen bij de levering van materialen (331, tweede 2, Sr);
l. het in-, door- of uitvoeren, afleveren en in voorraad hebben van valse waren of merken (337, eerste lid Sr), in het bijzonder het plegen beroepshalve (337, tweede lid Sr);
m. opzetheling (416) en schuldheling (417bis Sr);
n. de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder b tot en met m genoemde strafbare feiten.
2. de delicten uit de Opiumwet:
a. het importeren, exporteren, verwerken, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van verboden middelen (2, eerste lid onder A, B, C en D en 3, eerste lid, onder A, B, C en D, van de Opiumwet);
b. het medeplichtig zijn aan of op enigerlei wijze behulpzaam zijn bij de onder a bedoelde handelingen (10a, eerste lid, van de Opiumwet).
3. de delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen:
a. het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder e);
b. het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder f).
4. de Wet op de economische delicten:
overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: de Wet personenvervoer, artikel 5 (artikel 1, onder ten tweede en ten derde Wed).