BWBR0015123
Geldig vanaf 2003-05-29
Artikel 2.1.4
Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de Wet Bibob
1. De Minister kan de in artikel 2.1.2bedoelde strafbare feiten buiten beschouwing laten indien naar zijn oordeel een gepleegd strafbaar feit door de omstandigheden van het geval in geringe mate ernstig is.
2. De ernst van een strafbaar feit wordt bepaald door:
a. recidive van een zelfde of verwant strafbaar feit ;
b. de mate van schuld;
c. de hoogte van het behaalde voordeel;
d. de hoogte van de opgelegde of bij het strafbaar feit behorende strafmaat;
e. de verleden tijd sinds het feit is begaan;
f. het aantal betrokkenen bij het strafbare feit;
g. betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het bedrijf van de houder of aanvrager van een vergunning; of
h. de aan mens en goed toegebrachte schade.
2. De ernst van een strafbaar feit wordt bepaald door:
a. recidive van een zelfde of verwant strafbaar feit ;
b. de mate van schuld;
c. de hoogte van het behaalde voordeel;
d. de hoogte van de opgelegde of bij het strafbaar feit behorende strafmaat;
e. de verleden tijd sinds het feit is begaan;
f. het aantal betrokkenen bij het strafbare feit;
g. betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het bedrijf van de houder of aanvrager van een vergunning; of
h. de aan mens en goed toegebrachte schade.