BWBR0015118
Geldig vanaf 2003-05-30
Artikel 9
Vaststellingsregeling Wte 1995 voor 2003
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder a, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 1.650.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder b, van de Regeling toezichtskosten, wordt als volgt vastgesteld:
a. voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen, wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,3 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 4.908;
b. in afwijking van onderdeel a wordt voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage voorlopig vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 2.454;
c. voor andere kredietinstellingen en financiële instellingen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 2.454.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder b, van de Regeling toezichtskosten, wordt als volgt vastgesteld:
a. voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen, wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,3 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 4.908;
b. in afwijking van onderdeel a wordt voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage voorlopig vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 2.454;
c. voor andere kredietinstellingen en financiële instellingen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 2.454.