BWBR0015118
Geldig vanaf 2003-05-30
Artikel 10
Vaststellingsregeling Wte 1995 voor 2003
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder a, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 1.650.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, van de Regeling toezichtskosten, wordt als volgt vastgesteld:
a. voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, wordt het percentage vastgesteld op 0,28 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 4.908;
b. in afwijking van onderdeel a wordt voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 2.454;
c. voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i of j van de wet, wordt het percentage vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, van de Regeling toezichtskosten, wordt als volgt vastgesteld:
a. voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, wordt het percentage vastgesteld op 0,28 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 4.908;
b. in afwijking van onderdeel a wordt voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling Toezichtskosten vastgesteld op € 2.454;
c. voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i of j van de wet, wordt het percentage vastgesteld op 0,14 procent en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454.