BWBR0015118
Geldig vanaf 2003-05-30
Artikel 2
Vaststellingsregeling Wte 1995 voor 2003
De bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling toezichtskosten, worden als volgt vastgesteld:
a. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet: € 3.010;
b. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet: € 1.305;
c. aanvraag door de bieder of doelvennootschap van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 1.965, met dien verstande dat er geen bedrag in rekening wordt gebracht voor een ontheffing ten aanzien van het biedingsbericht;
d. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet door een bestuurder of commissaris : € 195;
e. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van de wet: € 3.925;
f. aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet: € 12.220;
g. het bedrag onder f wordt vermeerderd met € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt;
h. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet: € 775 met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt, met dien verstande dat niet meer dan tien toetsingen in rekening worden gebracht;
i. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, in verband met het vergroten van een gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor het houden of verwerven van een gekwalificeerde deelneming: € 345, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt;
j. uitbreiding van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet: € 6.110, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt;
k. wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet: € 6.110.
a. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet: € 3.010;
b. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet: € 1.305;
c. aanvraag door de bieder of doelvennootschap van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 1.965, met dien verstande dat er geen bedrag in rekening wordt gebracht voor een ontheffing ten aanzien van het biedingsbericht;
d. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet door een bestuurder of commissaris : € 195;
e. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van de wet: € 3.925;
f. aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet: € 12.220;
g. het bedrag onder f wordt vermeerderd met € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt;
h. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet: € 775 met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt, met dien verstande dat niet meer dan tien toetsingen in rekening worden gebracht;
i. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, in verband met het vergroten van een gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor het houden of verwerven van een gekwalificeerde deelneming: € 345, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt;
j. uitbreiding van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet: € 6.110, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.350 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.390 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, van wie de deskundigheid onderscheidenlijk de betrouwbaarheid getoetst wordt;
k. wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet: € 6.110.