BWBR0015005
Geldig vanaf 01-06-2003
Artikel 3
Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling
1. Met inachtneming van zijn doelstelling stelt een uitvoerder van een advies- en meldpunt kindermishandeling een werkplan vast, dat een beschrijving bevat van de op basis van de taken, bedoeld in artikel 34a van de wet, uit te oefenen werkzaamheden en de toe te passen werkwijze.
2. Het werkplan bevat in ieder geval een beschrijving van:
a. de uitgangspunten voor het beleid van het advies- en meldpunt kindermishandeling afgestemd op de jeugdigen;
b. de personeelsformatie alsmede de wijze waarop de verantwoordelijkheden voor de onderscheiden taken binnen het advies- en meldpunt kindermishandeling zijn verdeeld, waarbij wordt aangegeven of en onder welke voorwaarden de uitvoerder gebruik maakt van diensten van personen die anders dan als beroepskracht werkzaam zijn;
c. de omvang en inrichting van de accommodatie gerelateerd aan de op basis van de taken, bedoeld in artikel 34a van de wet, uit te oefenen werkzaamheden en de doelgroep;
d. de wijze van behandeling van klachten;
e. de wijze waarop aan het recht op inzage in en afschrift van bescheiden uitvoering wordt gegeven;
f. hetgeen in het dossier met betrekking tot jeugdigen wordt opgenomen;
g. de wijze waarop de samenwerking met daarvoor in aanmerking komende personen, instellingen en instanties, waaronder scholen, in de regio en indien nodig daarbuiten, is georganiseerd;
h. de wijze waarop de beschikbaarheid en bereikbaarheid van het advies- en meldpunt kindermishandeling is georganiseerd.
3. Indien een uitvoerder van een advies- en meldpunt kindermishandeling ook andere taken heeft, neemt deze in het werkplan een beschrijving op van de wijze waarop de herkenbaarheid en de toegankelijkheid van het advies- en meldpunt kindermishandeling als afzonderlijke organisatorische eenheid is georganiseerd. In deze beschrijving wordt in ieder geval aandacht besteed aan de huisvesting, de inrichting en de telefonische bereikbaarheid van het advies- en meldpunt kindermishandeling.
4. Indien het werkplan wijziging behoeft, hetgeen jaarlijks wordt bezien, wordt het gewijzigd.
5. Het werkplan, alsmede wijzigingen daarvan worden door de uitvoerder toegezonden aan Onze ministers en aan de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming, bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet. Het werkplan wordt bovendien toegezonden aan het betrokken provinciaal bestuur en het desbetreffende samenwerkingsverband.
2. Het werkplan bevat in ieder geval een beschrijving van:
a. de uitgangspunten voor het beleid van het advies- en meldpunt kindermishandeling afgestemd op de jeugdigen;
b. de personeelsformatie alsmede de wijze waarop de verantwoordelijkheden voor de onderscheiden taken binnen het advies- en meldpunt kindermishandeling zijn verdeeld, waarbij wordt aangegeven of en onder welke voorwaarden de uitvoerder gebruik maakt van diensten van personen die anders dan als beroepskracht werkzaam zijn;
c. de omvang en inrichting van de accommodatie gerelateerd aan de op basis van de taken, bedoeld in artikel 34a van de wet, uit te oefenen werkzaamheden en de doelgroep;
d. de wijze van behandeling van klachten;
e. de wijze waarop aan het recht op inzage in en afschrift van bescheiden uitvoering wordt gegeven;
f. hetgeen in het dossier met betrekking tot jeugdigen wordt opgenomen;
g. de wijze waarop de samenwerking met daarvoor in aanmerking komende personen, instellingen en instanties, waaronder scholen, in de regio en indien nodig daarbuiten, is georganiseerd;
h. de wijze waarop de beschikbaarheid en bereikbaarheid van het advies- en meldpunt kindermishandeling is georganiseerd.
3. Indien een uitvoerder van een advies- en meldpunt kindermishandeling ook andere taken heeft, neemt deze in het werkplan een beschrijving op van de wijze waarop de herkenbaarheid en de toegankelijkheid van het advies- en meldpunt kindermishandeling als afzonderlijke organisatorische eenheid is georganiseerd. In deze beschrijving wordt in ieder geval aandacht besteed aan de huisvesting, de inrichting en de telefonische bereikbaarheid van het advies- en meldpunt kindermishandeling.
4. Indien het werkplan wijziging behoeft, hetgeen jaarlijks wordt bezien, wordt het gewijzigd.
5. Het werkplan, alsmede wijzigingen daarvan worden door de uitvoerder toegezonden aan Onze ministers en aan de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming, bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet. Het werkplan wordt bovendien toegezonden aan het betrokken provinciaal bestuur en het desbetreffende samenwerkingsverband.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl