BWBR0015005
Geldig vanaf 01-06-2003
Artikel 9
Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling
1. Een advies- en meldpunt kindermishandeling stelt binnen vijf dagen na ontvangst van een melding vast of de melding aanleiding geeft tot een onderzoek als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, onderdeel a, van de wet.
2. Een advies- en meldpunt kindermishandeling beoordeelt binnen dertien weken na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, of en zo ja tot welke stappen de melding aanleiding geeft en geeft zo spoedig mogelijk uitvoering aan de taken, bedoeld in artikel 34a, eerste lid, onderdelen c tot en met f, van de wet.
3. Ten minste twee personen, werkzaam bij een advies- en meldpunt kindermishandeling, beslissen over een vaststelling als bedoeld in het eerste lid en een beoordeling als bedoeld in het tweede lid.
4. Bij complexe problematiek ligt aan een vaststelling als bedoeld in het eerste lid of een beoordeling als bedoeld in het tweede lid een multidisciplinaire beoordeling ten grondslag.
2. Een advies- en meldpunt kindermishandeling beoordeelt binnen dertien weken na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, of en zo ja tot welke stappen de melding aanleiding geeft en geeft zo spoedig mogelijk uitvoering aan de taken, bedoeld in artikel 34a, eerste lid, onderdelen c tot en met f, van de wet.
3. Ten minste twee personen, werkzaam bij een advies- en meldpunt kindermishandeling, beslissen over een vaststelling als bedoeld in het eerste lid en een beoordeling als bedoeld in het tweede lid.
4. Bij complexe problematiek ligt aan een vaststelling als bedoeld in het eerste lid of een beoordeling als bedoeld in het tweede lid een multidisciplinaire beoordeling ten grondslag.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl