BWBR0014819
Geldig vanaf 2003-03-23
Artikel 2
Regeling subsidies diensten Kenniswijk 2003
1. De minister verstrekt subsidies voor kleine dienstenprojecten, projecten met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of sleutelprojecten welke als doel hebben bij te dragen aan de ontwikkeling van een gevarieerd en volwaardig aanbod van interactieve elektronische diensten van de toekomst voor consumenten in Kenniswijk.
2. De subsidie wordt op aanvraag verstrekt aan:
a. een ondernemer of een non-profitinstelling die voor eigen rekening en risico een klein dienstenproject of een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten uitvoert;
b. de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of een sleutelproject uitvoeren.
3. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;
b. indien aan de aanvrager voor het project of een vergelijkbaar project subsidie is of zal worden verstrekt op grond van de Stimulus Kenniswijkregeling;
c. aan een aanvrager die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onder a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10);
d. indien, door een of meer bestuursorganen, aan de aanvrager die een ondernemer is in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds € 100 000 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2. De subsidie wordt op aanvraag verstrekt aan:
a. een ondernemer of een non-profitinstelling die voor eigen rekening en risico een klein dienstenproject of een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten uitvoert;
b. de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of een sleutelproject uitvoeren.
3. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;
b. indien aan de aanvrager voor het project of een vergelijkbaar project subsidie is of zal worden verstrekt op grond van de Stimulus Kenniswijkregeling;
c. aan een aanvrager die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onder a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10);
d. indien, door een of meer bestuursorganen, aan de aanvrager die een ondernemer is in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds € 100 000 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.