BWBR0014812
Geldig vanaf 2003-03-21
Artikel 5
Regeling eenmalige uitkering baggerwerkzaamheden bebouwd gebied
1. De aanvraag voor een uitkering wordt door een gemeente of een waterschap ingediend bij de uitvoeringsorganisatie met behulp van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier. Het aanvraagformulier is ondertekend door het bestuur van de gemeente of het waterschap.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. het baggerplan of de baggerplannen waarvan het uitvoeringsplan de uitwerking is;
b. het uitvoeringsplan.
3. Een aanvraag kan door een gemeente of waterschap mede namens een andere gemeente of een waterschap worden ingediend. In dat geval gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager de aanvraag mede namens de andere gemeente of het andere waterschap indient en treedt de aanvrager mede namens de andere gemeente of het andere waterschap op bij de verdere uitvoering van deze regeling.
4. Indien geen subsidie is ontvangen op grond van de Tijdelijke regeling eenmalige subsidies baggerplannen bebouwd gebied, bevat de aanvraag tevens een verklaring, als bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel c, van die regeling.
5. Per baggerproject uit het uitvoeringsplan wordt aangegeven:
a. de projectnaam en de projectlocatie;
b. de beoogde start- en einddatum;
c. het beoogde aantal m3 waterbodem in situ dat wordt gebaggerd;
d. de beoogde bestemming van de baggerspecie;
e. een specificatie van de begrote kosten; en
f. de financiële bijdragen voor het project die op grond van een andere regeling zijn aangevraagd of toegekend.
6. Het uitvoeringsplan bevat één of meer kaarten met een schaal van 1:10.000, waarop zijn aangeven:
a. de geplande baggerprojecten;
b. de grens van de bebouwde kom;
c. de functie van de wateren waar volgens de planning wordt gebaggerd;
d. de beheerders van de vaarwegen waar wordt gebaggerd.
7. Aanvragen kunnen worden ingediend tot uiterlijk 1 september 2006.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. het baggerplan of de baggerplannen waarvan het uitvoeringsplan de uitwerking is;
b. het uitvoeringsplan.
3. Een aanvraag kan door een gemeente of waterschap mede namens een andere gemeente of een waterschap worden ingediend. In dat geval gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager de aanvraag mede namens de andere gemeente of het andere waterschap indient en treedt de aanvrager mede namens de andere gemeente of het andere waterschap op bij de verdere uitvoering van deze regeling.
4. Indien geen subsidie is ontvangen op grond van de Tijdelijke regeling eenmalige subsidies baggerplannen bebouwd gebied, bevat de aanvraag tevens een verklaring, als bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel c, van die regeling.
5. Per baggerproject uit het uitvoeringsplan wordt aangegeven:
a. de projectnaam en de projectlocatie;
b. de beoogde start- en einddatum;
c. het beoogde aantal m3 waterbodem in situ dat wordt gebaggerd;
d. de beoogde bestemming van de baggerspecie;
e. een specificatie van de begrote kosten; en
f. de financiële bijdragen voor het project die op grond van een andere regeling zijn aangevraagd of toegekend.
6. Het uitvoeringsplan bevat één of meer kaarten met een schaal van 1:10.000, waarop zijn aangeven:
a. de geplande baggerprojecten;
b. de grens van de bebouwde kom;
c. de functie van de wateren waar volgens de planning wordt gebaggerd;
d. de beheerders van de vaarwegen waar wordt gebaggerd.
7. Aanvragen kunnen worden ingediend tot uiterlijk 1 september 2006.