BWBR0014812
Geldig vanaf 2003-03-21
Artikel 10
Regeling eenmalige uitkering baggerwerkzaamheden bebouwd gebied
1. De ontvanger van een uitkering dient binnen zes maanden na de looptijd van het uitvoeringsplan bij de minister een aanvraag in tot vaststelling van de uitkering.
2. De aanvraag tot vaststelling van de uitkering gaat vergezeld van:
a. een inhoudelijk verslag over de tijdens de looptijd van het uitvoeringsplan uitgevoerde werkzaamheden;
b. een financieel eindverslag over de tijdens de looptijd van het uitvoeringsplan gemaakte kosten verbonden aan de werkzaamheden.
3. Het financieel eindverslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is voorzien van een accountantsverklaring, die is opgesteld overeenkomstig het in de bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
4. Indien de verleende uitkering minder bedraagt dan 100.000 euro, kan in afwijking van het derde lid worden volstaan met een financieel eindverslag.
5. De artikelen 4:46, 4:47en 4:49 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.
2. De aanvraag tot vaststelling van de uitkering gaat vergezeld van:
a. een inhoudelijk verslag over de tijdens de looptijd van het uitvoeringsplan uitgevoerde werkzaamheden;
b. een financieel eindverslag over de tijdens de looptijd van het uitvoeringsplan gemaakte kosten verbonden aan de werkzaamheden.
3. Het financieel eindverslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is voorzien van een accountantsverklaring, die is opgesteld overeenkomstig het in de bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
4. Indien de verleende uitkering minder bedraagt dan 100.000 euro, kan in afwijking van het derde lid worden volstaan met een financieel eindverslag.
5. De artikelen 4:46, 4:47en 4:49 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.