BWBR0014812
Geldig vanaf 2003-03-21
Artikel 4
Regeling eenmalige uitkering baggerwerkzaamheden bebouwd gebied
1. De uitkering bedraagt 33% van de kosten die rechtstreeks aan het uitvoeringsplan met een looptijd van maximaal 4 jaar zijn toe te rekenen, doch niet meer dan 10 miljoen euro per aanvrager.
2. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de kosten van:
a. de baggerwerkzaamheden;
b. het vervoeren van de baggerspecie en het andere tezamen met baggerspecie uitgebaggerde materiaal;
c. het bestemmen van de baggerspecie en het andere tezamen met baggerspecie uitgebaggerde materiaal;
d. de kosten van de aanleg, het beheer en de ontmanteling van een plangebonden depot.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren niet:
a. de kosten van voorbereiding ten behoeve van het uitvoeringsplan;
b. de kosten die reeds op grond van een andere regeling voor een financiële bijdrage van het Rijk of de Europese Unie in aanmerking komen;
c. de heffing die verschuldigd is op voet van artikel 13, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
2. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de kosten van:
a. de baggerwerkzaamheden;
b. het vervoeren van de baggerspecie en het andere tezamen met baggerspecie uitgebaggerde materiaal;
c. het bestemmen van de baggerspecie en het andere tezamen met baggerspecie uitgebaggerde materiaal;
d. de kosten van de aanleg, het beheer en de ontmanteling van een plangebonden depot.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren niet:
a. de kosten van voorbereiding ten behoeve van het uitvoeringsplan;
b. de kosten die reeds op grond van een andere regeling voor een financiële bijdrage van het Rijk of de Europese Unie in aanmerking komen;
c. de heffing die verschuldigd is op voet van artikel 13, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.