BWBR0014779
Geldig vanaf 2021-06-07
Artikel 16
Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten
1. Indien een collectieve beheersorganisatie samenwerkt met of werkzaamheden laat verrichten door een in Nederland gevestigde derde, verband houdende met de inning of de verdeling van vergoedingen op grond van de <a href="/wet/BWBR0001886" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Auteurswet</a>of de <a href="/wet/BWBR0005921" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de naburige rechten</a>, is deze derde, onverminderd het bepaalde in artikel 5, derde lid, gehouden het College van Toezicht op zijn verzoek onverwijld alle inlichtingen te verschaffen die het college nodig acht voor zijn taakuitoefening.
2. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>alsmede de artikelen 6, 18en 19zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het College van Toezicht is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde taakuitoefening.
2. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>alsmede de artikelen 6, 18en 19zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het College van Toezicht is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde taakuitoefening.