BWBR0014753
Geldig vanaf 2006-09-08
Artikel 16
Besluit leerlinggebonden financiering
1. Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan slechthorende kinderen, indien:
a. op basis van audiologisch onderzoek een gehoorstoornis, niet zijnde een gehoorstoornis als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, is vastgesteld tussen 35 decibel en 80 decibel bij het beste oor zonder gehoortoestel;
b. sprake is van een beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1°. een leerachterstand als bedoeld in artikel 13, onder a; of
2°. een zeer geringe communicatieve redzaamheid als bedoeld in artikel 13, onder b; en
1°. een leerachterstand als bedoeld in artikel 13, onder a; of
2°. een zeer geringe communicatieve redzaamheid als bedoeld in artikel 13, onder b; en
c. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een leerling met een cochleair implantaat dat ten minste 2 jaar eerder is aangebracht met dien verstande dat:
a. het audiologische onderzoek is aangevuld met een logopedisch onderzoek of met een door een gedragsdeskundige gemaakte beschrijving van de wijze waarop de leerling het cochleair implantaat gebruikt; en
b. de leerling wat betreft de communicatie is aangewezen op het gesproken Nederlands aangevuld met gebaren.
3. Een leerling van 12 jaar of ouder is tevens toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan slechthorende kinderen, indien:
a. op basis van logopedisch en psychodiagnostisch onderzoek gericht op het communicatief en cognitief functioneren, zo nodig aangevuld met audiologisch onderzoek, is vastgesteld: 1°. spraak- of taalstoornissen, die niet toe te schrijven zijn aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gebied van spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek, of lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornissen uit tests voor tenminste twee van de vier genoemde gebieden een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan anderhalve standaarddeviatie blijkt; of
2°. een algemene spraak of taalstoornis die niet toe te schrijven is aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gehele gebied van spraak of taalstoornissen, namelijk spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek en lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornis uit de totaalscore op algemene tests voor spraak-taalproblematiek een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan twee standaarddeviaties blijkt,
1°. spraak- of taalstoornissen, die niet toe te schrijven zijn aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gebied van spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek, of lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornissen uit tests voor tenminste twee van de vier genoemde gebieden een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan anderhalve standaarddeviatie blijkt; of
2°. een algemene spraak of taalstoornis die niet toe te schrijven is aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gehele gebied van spraak of taalstoornissen, namelijk spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek en lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornis uit de totaalscore op algemene tests voor spraak-taalproblematiek een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan twee standaarddeviaties blijkt,
b. sprake is van een beperking als bedoeld in het eerste lid, onder b, en
c. gerichte spraak- of taaltherapie van een half jaar geen vooruitgang heeft opgeleverd, ofwel een ernstige stoornis, die indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 is vastgesteld en de beperking, bedoeld in het eerste lid, onder b, negatief beïnvloedt,
d. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
4. Een leerling van 12 jaar of ouder is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, aanhef, indien:
a. een stoornis uit het autismespectrum is vastgesteld volgens het classificatiesysteem DSM IV waarbij de verbale communicatieve beperking op de voorgrond staat, blijkend uit onderzoeksgegevens die wijzen op ernstige achterstand in lexicaal-semantische kennisontwikkeling of pragmatiek,
b. sprake is van een beperking als bedoeld in het eerste lid, onder b, en
c. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
a. op basis van audiologisch onderzoek een gehoorstoornis, niet zijnde een gehoorstoornis als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, is vastgesteld tussen 35 decibel en 80 decibel bij het beste oor zonder gehoortoestel;
b. sprake is van een beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1°. een leerachterstand als bedoeld in artikel 13, onder a; of
2°. een zeer geringe communicatieve redzaamheid als bedoeld in artikel 13, onder b; en
1°. een leerachterstand als bedoeld in artikel 13, onder a; of
2°. een zeer geringe communicatieve redzaamheid als bedoeld in artikel 13, onder b; en
c. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een leerling met een cochleair implantaat dat ten minste 2 jaar eerder is aangebracht met dien verstande dat:
a. het audiologische onderzoek is aangevuld met een logopedisch onderzoek of met een door een gedragsdeskundige gemaakte beschrijving van de wijze waarop de leerling het cochleair implantaat gebruikt; en
b. de leerling wat betreft de communicatie is aangewezen op het gesproken Nederlands aangevuld met gebaren.
3. Een leerling van 12 jaar of ouder is tevens toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan slechthorende kinderen, indien:
a. op basis van logopedisch en psychodiagnostisch onderzoek gericht op het communicatief en cognitief functioneren, zo nodig aangevuld met audiologisch onderzoek, is vastgesteld: 1°. spraak- of taalstoornissen, die niet toe te schrijven zijn aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gebied van spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek, of lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornissen uit tests voor tenminste twee van de vier genoemde gebieden een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan anderhalve standaarddeviatie blijkt; of
2°. een algemene spraak of taalstoornis die niet toe te schrijven is aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gehele gebied van spraak of taalstoornissen, namelijk spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek en lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornis uit de totaalscore op algemene tests voor spraak-taalproblematiek een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan twee standaarddeviaties blijkt,
1°. spraak- of taalstoornissen, die niet toe te schrijven zijn aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gebied van spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek, of lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornissen uit tests voor tenminste twee van de vier genoemde gebieden een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan anderhalve standaarddeviatie blijkt; of
2°. een algemene spraak of taalstoornis die niet toe te schrijven is aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gehele gebied van spraak of taalstoornissen, namelijk spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek en lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornis uit de totaalscore op algemene tests voor spraak-taalproblematiek een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan twee standaarddeviaties blijkt,
b. sprake is van een beperking als bedoeld in het eerste lid, onder b, en
c. gerichte spraak- of taaltherapie van een half jaar geen vooruitgang heeft opgeleverd, ofwel een ernstige stoornis, die indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 is vastgesteld en de beperking, bedoeld in het eerste lid, onder b, negatief beïnvloedt,
d. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
4. Een leerling van 12 jaar of ouder is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, aanhef, indien:
a. een stoornis uit het autismespectrum is vastgesteld volgens het classificatiesysteem DSM IV waarbij de verbale communicatieve beperking op de voorgrond staat, blijkend uit onderzoeksgegevens die wijzen op ernstige achterstand in lexicaal-semantische kennisontwikkeling of pragmatiek,
b. sprake is van een beperking als bedoeld in het eerste lid, onder b, en
c. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.