BWBR0014662
Geldig vanaf 2003-02-12
Artikel 8
Uitvoeringsregeling IKAP - sector Rechterlijke Macht
1. Een bron als bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, kan slechts voor een doel worden ingezet indien die bron nog niet is uitgekeerd. Op de aanvraag om gedeeltelijk dan wel geheel af te zien van de in artikel 7, eerste en tweede lidgenoemde bronnen ten behoeve van in artikel 7, derde lid, genoemde doelen is artikel 4van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de vergoeding voor meer uren werken op het moment van toekenning niet voor een of meer doelen in het kader van deze regeling is ingezet en betrokkene evenmin een verzoek heeft ingediend om de vergoeding te reserveren, wordt een verzoek van betrokkene om deze bron alsnog in te zetten voor een van de door hem aangegeven doelen, bij inwilliging daarvan, uitgevoerd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand nadat de functionele autoriteit een beslissing heeft genomen. Artikel 4, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Verlaging van de aanspraak op vakantie-uren als bedoeld in artikel 27a van de wet heeft geen betrekking op de eventuele aanspraken die in voorgaande jaren zijn opgebouwd. De aanspraak kan bij vervulling van een volledige taak niet worden teruggebracht tot minder dan 144 uren. Voor betrokkene die is aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke taak en voor betrokkene die na de datum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is aangesteld of wordt overgeplaatst, wordt een naar evenredigheid lager aantal uren als maximum gesteld, tenzij artikel 10, vierde lid, van toepassing is.
4. Van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder d, komt slechts als bron in aanmerking het gedeelte dat uitgaat boven het minimumbedrag krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
5. De functionele autoriteit beslist binnen een maand na indiening van het aanvraagformulier.
2. Indien de vergoeding voor meer uren werken op het moment van toekenning niet voor een of meer doelen in het kader van deze regeling is ingezet en betrokkene evenmin een verzoek heeft ingediend om de vergoeding te reserveren, wordt een verzoek van betrokkene om deze bron alsnog in te zetten voor een van de door hem aangegeven doelen, bij inwilliging daarvan, uitgevoerd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand nadat de functionele autoriteit een beslissing heeft genomen. Artikel 4, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Verlaging van de aanspraak op vakantie-uren als bedoeld in artikel 27a van de wet heeft geen betrekking op de eventuele aanspraken die in voorgaande jaren zijn opgebouwd. De aanspraak kan bij vervulling van een volledige taak niet worden teruggebracht tot minder dan 144 uren. Voor betrokkene die is aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke taak en voor betrokkene die na de datum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is aangesteld of wordt overgeplaatst, wordt een naar evenredigheid lager aantal uren als maximum gesteld, tenzij artikel 10, vierde lid, van toepassing is.
4. Van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder d, komt slechts als bron in aanmerking het gedeelte dat uitgaat boven het minimumbedrag krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
5. De functionele autoriteit beslist binnen een maand na indiening van het aanvraagformulier.