BWBR0014662
Geldig vanaf 2003-02-12
Artikel 10
Uitvoeringsregeling IKAP - sector Rechterlijke Macht
1. In geval van een ontslag als bedoeld in de artikelen 46h, 46i, 46l of 46n van de wet dan wel artikel 36van het besluit alsmede in gevallen waarin toepassing wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, wordt vastgesteld welke in het kader van deze regeling opgebouwde en in geldswaarde uit te drukken rechten en aangegane verplichtingen op dat moment bestaan tussen de functionele autoriteit en betrokkene. Voor het verschil vindt verrekening dan wel uitbetaling plaats.
2. Indien de functionele autoriteit op 31 oktober van een kalenderjaar vaststelt dat er op 31 december van dat jaar een verschil zal bestaan tussen de in het kader van deze regeling opgebouwde rechten en aangegane verplichtingen, vindt voor het verschil verrekening dan wel uitbetaling plaats.
3. In geval van overlijden van betrokkene wordt gehandeld zoals in het eerste lid is aangegeven, met dien verstande dat een saldo ten gunste van de werkgever niet wordt verrekend.
4. Tenzij het belang van de dienst zich daartegen verzet, worden in geval van aanstelling bij of overplaatsing naar een ander gerecht of parket de gemaakte afspraken, met inbegrip van de peildatum, voortgezet.
2. Indien de functionele autoriteit op 31 oktober van een kalenderjaar vaststelt dat er op 31 december van dat jaar een verschil zal bestaan tussen de in het kader van deze regeling opgebouwde rechten en aangegane verplichtingen, vindt voor het verschil verrekening dan wel uitbetaling plaats.
3. In geval van overlijden van betrokkene wordt gehandeld zoals in het eerste lid is aangegeven, met dien verstande dat een saldo ten gunste van de werkgever niet wordt verrekend.
4. Tenzij het belang van de dienst zich daartegen verzet, worden in geval van aanstelling bij of overplaatsing naar een ander gerecht of parket de gemaakte afspraken, met inbegrip van de peildatum, voortgezet.