BWBR0014655
Geldig vanaf 2003-02-10
Artikel 9
Vaststellingsregeling Programma Transportbesparing (4e aanvraagperiode)
Ten opzichte van de SMEGgelden de volgende afwijkende regels met betrekking tot rapportages, voorschotten en declaraties:
a.1 Van het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel d van de SMEG, kan maximaal 50% bij wijze van voorschot worden verleend op basis van kasprognoses voor de totale duur van het project, voorzover de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte dit toelaat. Het verzoek om uitbetaling van een voorschot moet binnen vier maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening worden ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Hierbij geldt dat er nog geen kosten gemaakt en betaald hoeven te zijn in het kader van het haalbaarheids-, demonstratie- of kennisoverdrachtproject.
a.2 Demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten: Voor de uitbetaling van nog eens 30% van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag kan een tweede verzoek tot voorschot worden ingediend bij de programmabeheerder, op het moment dat daadwerkelijk kosten zijn gemaakt en betaald. Indien geen gebruik is gemaakt van de eerste voorschotmogelijkheid geldt dat het percentage van 30 vervangen wordt door 80. Verzoeken om uitbetaling van een tweede voorschot dienen schriftelijk te worden ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens de beschikking tot subsidieverlening met het verzoek moeten worden meegezonden. Uitbetaling van (delen van) het voorschot wordt geweigerd indien de hiervoor bedoelde bescheiden ontbreken. Uitbetaling van het tweede voorschot bij demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten is slechts mogelijk indien de subsidieontvanger kan aantonen dat op het moment van indiening van het verzoek de geprognosticeerde projectkosten reeds zijn gemaakt en betaald.
b De subsidieontvanger brengt na afloop van een periode van zes maanden schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject. Tevens dient de subsidieontvanger een declaratie in, waaruit de daadwerkelijke gemaakte en betaalde kosten blijken.
c Binnen één maand na afloop van de uitvoering van het haalbaarheidsproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het haalbaarheidsproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.
d Binnen drie maanden na afloop van de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het demonstratie- en/of kennisoverdrachtproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.
a.1 Van het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel d van de SMEG, kan maximaal 50% bij wijze van voorschot worden verleend op basis van kasprognoses voor de totale duur van het project, voorzover de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte dit toelaat. Het verzoek om uitbetaling van een voorschot moet binnen vier maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening worden ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Hierbij geldt dat er nog geen kosten gemaakt en betaald hoeven te zijn in het kader van het haalbaarheids-, demonstratie- of kennisoverdrachtproject.
a.2 Demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten: Voor de uitbetaling van nog eens 30% van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag kan een tweede verzoek tot voorschot worden ingediend bij de programmabeheerder, op het moment dat daadwerkelijk kosten zijn gemaakt en betaald. Indien geen gebruik is gemaakt van de eerste voorschotmogelijkheid geldt dat het percentage van 30 vervangen wordt door 80. Verzoeken om uitbetaling van een tweede voorschot dienen schriftelijk te worden ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens de beschikking tot subsidieverlening met het verzoek moeten worden meegezonden. Uitbetaling van (delen van) het voorschot wordt geweigerd indien de hiervoor bedoelde bescheiden ontbreken. Uitbetaling van het tweede voorschot bij demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten is slechts mogelijk indien de subsidieontvanger kan aantonen dat op het moment van indiening van het verzoek de geprognosticeerde projectkosten reeds zijn gemaakt en betaald.
b De subsidieontvanger brengt na afloop van een periode van zes maanden schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject. Tevens dient de subsidieontvanger een declaratie in, waaruit de daadwerkelijke gemaakte en betaalde kosten blijken.
c Binnen één maand na afloop van de uitvoering van het haalbaarheidsproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het haalbaarheidsproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.
d Binnen drie maanden na afloop van de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het demonstratie- en/of kennisoverdrachtproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.