BWBR0014655
Geldig vanaf 2003-02-10
Artikel 5
Vaststellingsregeling Programma Transportbesparing (4e aanvraagperiode)
De Minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na afloop van de in artikel 4genoemde indieningstermijn. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:
indien de aanvraag niet voldoet aan dit programma;
in de in de SMEG genoemde gevallen;
indien hij het onaannemelijk acht dat het project binnen de in het plan van aanpak gestelde termijn kan worden uitgevoerd;
indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen het project al is gestart.
Daarnaast wordt afwijzend beslist in de gevallen, bedoeld in de artikelen 4:25en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:
indien de aanvraag niet voldoet aan dit programma;
in de in de SMEG genoemde gevallen;
indien hij het onaannemelijk acht dat het project binnen de in het plan van aanpak gestelde termijn kan worden uitgevoerd;
indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen het project al is gestart.
Daarnaast wordt afwijzend beslist in de gevallen, bedoeld in de artikelen 4:25en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.