BWBR0014623
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 26
Wet op het LSOP en het politieonderwijs
1. Het college van bestuur stelt, met inachtneming van het in artikel 24bedoelde beleidsplan, ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast.
2. Het college van bestuur stelt jaarlijks een begroting voor het volgende kalenderjaar en een meerjarenraming voor de daarop volgende drie jaren vast, alsmede een jaarplan, de organisatie en de formatie voor het volgende kalenderjaar. Het jaarplan en de begroting bevatten een nadere uitwerking van het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.
3. De door het college van bestuur vastgestelde stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeven de instemming van de raad van toezicht. Indien de raad van toezicht zijn instemming aan een of meer van deze stukken onthoudt, legt het college van bestuur deze stukken en een document waaruit de zienswijze van de raad van toezicht hierover blijkt, voor aan Onze Minister die alsdan een besluit neemt.
4. De stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden na de vaststelling ervan door het college van bestuur vóór 15 november aan Onze Minister gezonden. De stukken worden algemeen verkrijgbaar gesteld.
2. Het college van bestuur stelt jaarlijks een begroting voor het volgende kalenderjaar en een meerjarenraming voor de daarop volgende drie jaren vast, alsmede een jaarplan, de organisatie en de formatie voor het volgende kalenderjaar. Het jaarplan en de begroting bevatten een nadere uitwerking van het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.
3. De door het college van bestuur vastgestelde stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeven de instemming van de raad van toezicht. Indien de raad van toezicht zijn instemming aan een of meer van deze stukken onthoudt, legt het college van bestuur deze stukken en een document waaruit de zienswijze van de raad van toezicht hierover blijkt, voor aan Onze Minister die alsdan een besluit neemt.
4. De stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden na de vaststelling ervan door het college van bestuur vóór 15 november aan Onze Minister gezonden. De stukken worden algemeen verkrijgbaar gesteld.