BWBR0014480
Geldig vanaf 2002-12-28
Artikel 4
Regeling lozingen afvalwater van rookgasreiniging
1. Het Wtw-bevoegd gezag verbindt aan een vergunning voor het lozen in ieder geval het voorschrift dat afvalwater afkomstig van de reiniging van rookgassen een zodanige behandeling ondergaat dat het voorafgaand aan het lozen ten minste voldoet aan de grenswaarden genoemd in bijlage 1.
2. Het Wtw-bevoegd gezag kan voor verbrandingsinstallaties waarvoor voor 28 december 2002 een vergunning voor het lozen is verleend bepalen dat de grenswaarden voor de totale hoeveelheid onopgeloste bestanddelen niet eerder dan 1 januari 2008 van toepassing zijn.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden dat 80% van de gemeten waarden niet meer dan 30mg/l mag bedragen en dat geen van de gemeten waarden meer dan 45 mg/l mag bedragen.
4. Het Wtw-bevoegd gezag verbindt aan een vergunning voor het lozen lagere grenswaarden dan bedoeld in het eerste lid, indien dat noodzakelijk is opdat de op het ontvangende oppervlaktewaterlichaam van toepassing zijnde milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens de Wet milieubeheer, kunnen worden gerealiseerd.
2. Het Wtw-bevoegd gezag kan voor verbrandingsinstallaties waarvoor voor 28 december 2002 een vergunning voor het lozen is verleend bepalen dat de grenswaarden voor de totale hoeveelheid onopgeloste bestanddelen niet eerder dan 1 januari 2008 van toepassing zijn.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden dat 80% van de gemeten waarden niet meer dan 30mg/l mag bedragen en dat geen van de gemeten waarden meer dan 45 mg/l mag bedragen.
4. Het Wtw-bevoegd gezag verbindt aan een vergunning voor het lozen lagere grenswaarden dan bedoeld in het eerste lid, indien dat noodzakelijk is opdat de op het ontvangende oppervlaktewaterlichaam van toepassing zijnde milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens de Wet milieubeheer, kunnen worden gerealiseerd.