BWBR0014480
Geldig vanaf 2002-12-28
Artikel 2
Regeling lozingen afvalwater van rookgasreiniging
Deze regeling is niet van toepassing op:
a. verbrandingsinstallaties voor het thermisch behandelen onderscheidenlijk het verbranden van producten van thermische behandeling, van uitsluitend: 1°. plantaardige afvalstoffen die ontstaan zijn bij de uitoefening van land- of bosbouw;
2°. plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van de levensmiddelenindustrie indien de als gevolg van de thermische behandeling van zodanige afvalstoffen opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
3°. vezelachtig afvalstoffen die ontstaan zijn bij de vervaardiging van ruwe pulp of de vervaardiging van papier uit pulp, indien zodanige afvalstoffen op de plaats waar zij zijn ontstaan, thermisch worden behandeld en de als gevolg daarvan opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
4°. afvalstoffen bestaande uit hout dat niet als gevolg van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of aanbrenging van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten;
5°. afvalstoffen bestaande uit kurk;
6°. radioactieve afvalstoffen;
7°. geslachte dieren als bedoeld in richtlijn nr. 90/667/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 betreffende de vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van richtlijn nr. 90/445/EEG (PbEG L 363), en
8°. afvalstoffen die ontstaan zijn bij de exploratie en exploitatie van olie- en gasbronnen vanaf een installatie in zee en die aan boord van die installatie worden verbrand;
1°. plantaardige afvalstoffen die ontstaan zijn bij de uitoefening van land- of bosbouw;
2°. plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van de levensmiddelenindustrie indien de als gevolg van de thermische behandeling van zodanige afvalstoffen opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
3°. vezelachtig afvalstoffen die ontstaan zijn bij de vervaardiging van ruwe pulp of de vervaardiging van papier uit pulp, indien zodanige afvalstoffen op de plaats waar zij zijn ontstaan, thermisch worden behandeld en de als gevolg daarvan opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
4°. afvalstoffen bestaande uit hout dat niet als gevolg van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of aanbrenging van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten;
5°. afvalstoffen bestaande uit kurk;
6°. radioactieve afvalstoffen;
7°. geslachte dieren als bedoeld in richtlijn nr. 90/667/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 betreffende de vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van richtlijn nr. 90/445/EEG (PbEG L 363), en
8°. afvalstoffen die ontstaan zijn bij de exploratie en exploitatie van olie- en gasbronnen vanaf een installatie in zee en die aan boord van die installatie worden verbrand;
b. experimentele verbrandingsinstallaties voor onderzoek, ontwikkeling en tests ter verbetering van het verbrandingsproces waarin per jaar minder dan 50.000 kilogram afvalstoffen wordt verwerkt;
c. het verbranden van gasvormige afvalstoffen, met uitzondering van gasvormige afvalstoffen die het resultaat zijn van een thermische behandeling van afvalstoffen;
d. afvalwaterzuiveringsinrichtingen waarin afvalwater wordt gezuiverd afkomstig van de onder a, b en c bedoelde verbrandingsinstallaties.
a. verbrandingsinstallaties voor het thermisch behandelen onderscheidenlijk het verbranden van producten van thermische behandeling, van uitsluitend: 1°. plantaardige afvalstoffen die ontstaan zijn bij de uitoefening van land- of bosbouw;
2°. plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van de levensmiddelenindustrie indien de als gevolg van de thermische behandeling van zodanige afvalstoffen opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
3°. vezelachtig afvalstoffen die ontstaan zijn bij de vervaardiging van ruwe pulp of de vervaardiging van papier uit pulp, indien zodanige afvalstoffen op de plaats waar zij zijn ontstaan, thermisch worden behandeld en de als gevolg daarvan opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
4°. afvalstoffen bestaande uit hout dat niet als gevolg van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of aanbrenging van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten;
5°. afvalstoffen bestaande uit kurk;
6°. radioactieve afvalstoffen;
7°. geslachte dieren als bedoeld in richtlijn nr. 90/667/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 betreffende de vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van richtlijn nr. 90/445/EEG (PbEG L 363), en
8°. afvalstoffen die ontstaan zijn bij de exploratie en exploitatie van olie- en gasbronnen vanaf een installatie in zee en die aan boord van die installatie worden verbrand;
1°. plantaardige afvalstoffen die ontstaan zijn bij de uitoefening van land- of bosbouw;
2°. plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van de levensmiddelenindustrie indien de als gevolg van de thermische behandeling van zodanige afvalstoffen opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
3°. vezelachtig afvalstoffen die ontstaan zijn bij de vervaardiging van ruwe pulp of de vervaardiging van papier uit pulp, indien zodanige afvalstoffen op de plaats waar zij zijn ontstaan, thermisch worden behandeld en de als gevolg daarvan opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
4°. afvalstoffen bestaande uit hout dat niet als gevolg van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of aanbrenging van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten;
5°. afvalstoffen bestaande uit kurk;
6°. radioactieve afvalstoffen;
7°. geslachte dieren als bedoeld in richtlijn nr. 90/667/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 betreffende de vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van richtlijn nr. 90/445/EEG (PbEG L 363), en
8°. afvalstoffen die ontstaan zijn bij de exploratie en exploitatie van olie- en gasbronnen vanaf een installatie in zee en die aan boord van die installatie worden verbrand;
b. experimentele verbrandingsinstallaties voor onderzoek, ontwikkeling en tests ter verbetering van het verbrandingsproces waarin per jaar minder dan 50.000 kilogram afvalstoffen wordt verwerkt;
c. het verbranden van gasvormige afvalstoffen, met uitzondering van gasvormige afvalstoffen die het resultaat zijn van een thermische behandeling van afvalstoffen;
d. afvalwaterzuiveringsinrichtingen waarin afvalwater wordt gezuiverd afkomstig van de onder a, b en c bedoelde verbrandingsinstallaties.