BWBR0014394
Geldig vanaf 2023-04-18
Artikel 147
Mijnbouwbesluit
1. In een vergunning als bedoeld in artikel 146wordt bepaald voor welk tijdvak en welk gebied zij geldt. Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, kan op aanvraag van de vergunninghouder worden verlengd.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
a. de wijze van winning;
b. de ligging, hoogte en breedte van de tunnels, schachten of andere ondergrondse werken;
c. de afmeting van de pilaren;
d. de maatregelen bij het aantreffen van aardpijpen;
e. de maatregelen bij het kruisen van tunnels, schachten of andere ondergrondse werken, en
f. de wijze waarop en frequentie waarmee metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van de groeve worden gedaan en de resultaten daarvan worden verstrekt.
2. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld of beperkingen opgenomen omtrent:
a. de wijze van winning;
b. de ligging, hoogte en breedte van de tunnels, schachten of andere ondergrondse werken;
c. de afmeting van de pilaren;
d. de maatregelen bij het aantreffen van aardpijpen;
e. de maatregelen bij het kruisen van tunnels, schachten of andere ondergrondse werken, en
f. de wijze waarop en frequentie waarmee metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van de groeve worden gedaan en de resultaten daarvan worden verstrekt.