BWBR0014394
Geldig vanaf 2023-04-18
Artikel 122
Mijnbouwbesluit
1. De bijdrage die een mijnbouwondernemer, behorende tot een van de eerste drie in artikel 121, tweede lid, genoemde sectoren, verschuldigd is, omvat een bedrag ter dekking van het aandeel van de sector in het tekort, berekend overeenkomstig artikel 121, derde lid. De mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren, doen Onze Minister voor 1 maart gezamenlijk een gemotiveerd voorstel toekomen omtrent het in de eerste volzin genoemde bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met:
a. de aard en omvang van de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren;
b. de uitkeringen die in de vijf voorafgaande kalenderjaren ten laste van het fonds in verband met de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer zijn gedaan.
2. Onze Minister stelt voor 1 april de bijdrage voor elke mijnbouwondernemer vast, met inachtneming van het voorstel, bedoeld in het eerste lid, tenzij dat voorstel naar zijn oordeel niet voldoet aan de derde volzin van dat lid, dan wel het algemeen belang zich tegen dit voorstel verzet. Indien Onze Minister afwijkt van het voorstel, is de derde volzin van het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren niet voor 1 maart een voorstel overleggen, stelt Onze Minister voor 1 april de bijdrage ambtshalve vast. De eerste en de derde volzin van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing.
a. de aard en omvang van de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren;
b. de uitkeringen die in de vijf voorafgaande kalenderjaren ten laste van het fonds in verband met de mijnbouwactiviteiten van elke mijnbouwondernemer zijn gedaan.
2. Onze Minister stelt voor 1 april de bijdrage voor elke mijnbouwondernemer vast, met inachtneming van het voorstel, bedoeld in het eerste lid, tenzij dat voorstel naar zijn oordeel niet voldoet aan de derde volzin van dat lid, dan wel het algemeen belang zich tegen dit voorstel verzet. Indien Onze Minister afwijkt van het voorstel, is de derde volzin van het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de mijnbouwondernemers die tot dezelfde sector behoren niet voor 1 maart een voorstel overleggen, stelt Onze Minister voor 1 april de bijdrage ambtshalve vast. De eerste en de derde volzin van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing.