BWBR0014319
Geldig vanaf 2006-06-29
Artikel 4.9
Regeling Bouwbesluit 2003
1. Indien bij twee of meer geluidbelaste constructie-onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie deze onderdelen niet gelijktijdig door een vliegtuig direct aangestraald kunnen worden, worden voor de herleidingsterm CL;kals bedoeld in NEN 5077, onderdeel 5.3.4, en in artikel 4.8, zesde lid, de volgende waarden gehanteerd:
a. CL;k = 0 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel niet groter is dan 70°;
b. CL;k = 3 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 70° en niet groter dan 90°, en
c. CL;k = 8 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 90°.
2. De geluidwering GAvan de uitwendige scheidingsconstructie is de laagste van de bepaalde geluidweringen bij mogelijke combinaties van direct en niet direct aangestraalde onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie.
3. Voor het constructie-onderdeel kvan de uitwendige scheidingsconstructie dat het verst van het gemiddelde grondpad is verwijderd, wordt CL;k= 8 dB gehanteerd, indien de hoek tussen het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie en het gemiddelde grondpad kleiner is dan 30°.
4. In verband met de hoekafhankelijkheid van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie φαβmwordt een herleidingsterm CL;ktoegepast als bedoeld in NEN 5077, onderdeel 5.3.4. φαβmis afhankelijk van de momentane vliegtuigpositie die wordt beschreven door de hoeken αen β. De horizontale hoek αis gedefinieerd als de hoek tussen de normaal op het constructie-onderdeel kvan de uitwendige scheidingsconstructie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. De verticale hoek βis gedefinieerd als de hoek tussen de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de vliegtuigpositie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. φαβmwordt op grond van metingen of berekeningen per luchtvaartterrein vastgesteld.
5. De herleidingsterm CL;kbedoeld in het vierde lid, wordt per constructie-onderdeel kvan de uitwendige scheidingsconstructie per procedure m bepaald uit:
CL= LAeq(1)- LAeq(2)
waarbij :
LAeq(1)= de LAeqgeluidsbelasting in dB(A), als bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, voor procedure m;
LAeq(2)= de LAeqgeluidsbelasting in dB(A), berekend overeenkomstig de Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, met mede-integratie van de hoekafhankelijke geluidwering φαβm, voor procedure men constructie-onderdeel k.
a. CL;k = 0 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel niet groter is dan 70°;
b. CL;k = 3 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 70° en niet groter dan 90°, en
c. CL;k = 8 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 90°.
2. De geluidwering GAvan de uitwendige scheidingsconstructie is de laagste van de bepaalde geluidweringen bij mogelijke combinaties van direct en niet direct aangestraalde onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie.
3. Voor het constructie-onderdeel kvan de uitwendige scheidingsconstructie dat het verst van het gemiddelde grondpad is verwijderd, wordt CL;k= 8 dB gehanteerd, indien de hoek tussen het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie en het gemiddelde grondpad kleiner is dan 30°.
4. In verband met de hoekafhankelijkheid van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie φαβmwordt een herleidingsterm CL;ktoegepast als bedoeld in NEN 5077, onderdeel 5.3.4. φαβmis afhankelijk van de momentane vliegtuigpositie die wordt beschreven door de hoeken αen β. De horizontale hoek αis gedefinieerd als de hoek tussen de normaal op het constructie-onderdeel kvan de uitwendige scheidingsconstructie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. De verticale hoek βis gedefinieerd als de hoek tussen de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de vliegtuigpositie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. φαβmwordt op grond van metingen of berekeningen per luchtvaartterrein vastgesteld.
5. De herleidingsterm CL;kbedoeld in het vierde lid, wordt per constructie-onderdeel kvan de uitwendige scheidingsconstructie per procedure m bepaald uit:
CL= LAeq(1)- LAeq(2)
waarbij :
LAeq(1)= de LAeqgeluidsbelasting in dB(A), als bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, voor procedure m;
LAeq(2)= de LAeqgeluidsbelasting in dB(A), berekend overeenkomstig de Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, met mede-integratie van de hoekafhankelijke geluidwering φαβm, voor procedure men constructie-onderdeel k.